Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 10 mei 2016;
- een akte vermeerdering van eis zijdens [appellante] ;
- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 26 juli 2016.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat centraal of de werkgever eenzijdig de arbeidsvoorwaarden van de werknemer, met name de loonsverlaging van FWG 15 naar FWG 10, mocht doorvoeren na een reorganisatie. De werknemer weigerde een opleiding tot Woonassistent A te volgen, die noodzakelijk werd geacht voor behoud van het hogere loon.
Het hof bevestigt dat de werkgever gerechtvaardigd was de reorganisatie door te voeren en de functiedifferentiatie met bijbehorende loonsverlaging te implementeren. De werknemer werd meerdere malen een aangepaste opleiding aangeboden, met voldoende begeleiding, die zij niet heeft gevolgd. De bezwaren van de werknemer ten aanzien van de begeleiding en eerdere ervaringen konden het redelijkheidscriterium niet doorbreken.
Het hof verklaart de werknemer niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen eerdere tussenvonnissen en bekrachtigt het eindvonnis waarin de vorderingen van de werknemer zijn afgewezen. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eindvonnis en wijst de vorderingen van de werknemer af wegens rechtmatige loonsverlaging na weigering opleiding.