Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met een deel van het procesdossier van de eerste aanleg en een productie, ingekomen ter griffie op 6 januari 2016;
- het verweerschrift met het restant van het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 25 februari 2016;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 29 september 2015, ingekomen ter griffie op 11 februari 2016;
- een V6-formulier van [appellante] met productie, ingekomen ter griffie op 25 maart 2016;
- een brief van [verweerster] met producties, ingekomen ter griffie op 25 maart 2016;
- een V6-formulier van [appellante] met productie, ingekomen ter griffie op 30 maart 2016;
- een V6-formulier van [appellante] met een akte wijziging eis ten behoeve van de mondelinge behandeling op 1 april 2016, ingekomen ter griffie op 31 maart 2016;
3.De beoordeling
[locatie] . Sinds 23 april 2014 is [appellante] arbeidsongeschikt.
“Zoals besproken tijdens het gesprek zijn er verschillende mogelijkheden wanneer u per 1 juni 2015 de Nederlandse taal niet voldoende machtig bent om u een werkplek aan te kunnen bieden op Brabantwater. Op dit moment bent u arbeidsongeschikt en is dit niet aan de orde, maar wanneer we ervan uit gaan dat u op 1 juni 2015 arbeidsgeschikt bent, dan gelden de volgende mogelijkheden:1) In het geval dat [verweerster] de opdrachtgever behoudt:- Omdat wij u per 1 juni 2015 geen werkplek kunnen aanbieden bij Brabantwater,dienen wij u conform cao te herplaatsen op een object die binnen een straal van 30km. vanaf uw woonadres gelegen is. (…)2) [verweerster] behoudt de opdrachtgever Brabantwaterniet. In dat geval gaat een anderschoonmaakbedrijf het schoonmaakonderhoud op het object Brabantwaterverzorgen. Conform cao dient het overnemende schoonmaakbedrijf u een contractaan te bieden.- Het andere schoonmaakbedrijf kan u ook niet plaatsen op het object Brabantwaterdaar u de Nederlandse taal onvoldoende machtig bent. Ook zij zullen u, conformde cao, moeten herplaatsen op een object die binnen een straal van 30 km. vanafuw woonadres gelegen is. (…)Wij willen benadrukken dat bij een herplaatsing geldt dat u herplaatst mag worden binnen een straal van 30 km. vanaf uw woonadres. Het kan dus ook zo zijn dat u geplaatst wordt op een object die bijvoorbeeld 29 km. vanaf uw woonadres gelegen is. Dit is voor u niet gunstig, maar dit is conform cao wel een juist aanbod.”
“Mevrouw [appellante] staat ziek gemeld vanwege klachten op persoonlijk en sociaal functioneren. Deze klachten zijn niet van dien aard dat werkneemster niet de consequenties van haar handelen kan overzien.Ik heb van de werkgever begrepen dat werkneemster zich in het laatste gesprek met de werkgever agressief heeft gedragen. Dit gedrag valt niet terug te voeren op haar medische klachten en is geen gevolg van haar ziekte. Zij moet bovendien, gezien het voorgaande, in staat zijn de consequenties van dit gedrag te overzien.”
€ 697,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Het hof is van oordeel dat zelfs indien zou komen vast te staan dat [appellante] geen verwijt kan worden gemaakt van haar gedragingen tijdens het gesprek op 10 juli 2015, de door [verweerster] aangevoerde dringende reden toereikend is voor het ontslag op staande voet. Er is sprake geweest van een minutenlange geweldsexplosie waarbij [appellante] een bedreigende situatie voor medewerkers van [verweerster] heeft gecreëerd en diverse vernielingen heeft aangericht. Er was geen aanleiding voor een dergelijke geweldsexplosie. [appellante] heeft niet weersproken dat het gesprek tot het moment van haar woede-uitbarsting rustig verliep. Zij wist dat er tijdens het gesprek op 10 juli 2015 gesproken zou worden over de beschikbare werklocatie(s) voor haar re-integratie. Zij wist tevens dat zij niet zou kunnen terugkeren naar de locatie van Brabantwater in [vestigingsplaats] . Uit het gesprek van 7 januari 2015, dat is bevestigd in de brief van 12 januari 2015, was al duidelijk dat zij geplaatst zou kunnen worden op een object binnen een straal van 30 km rondom haar woonplaats.
Echter zelfs indien [appellante] door het voorstel om in [locatie] de re-integratieactiviteiten te starten compleet verrast zou zijn, hoefde [verweerster] op een dergelijke geweldsexplosie niet bedacht te zijn. Dit geldt ook indien de bedrijfsarts zou hebben vastgesteld dat [appellante] moeite heeft met conflictbeheersing, zoals [appellante] stelt.
Gelet op het voorgaande falen de eerste en tweede grief.