Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
- de periode gelegen tussen de hoorzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 november 2009, en de brief van belanghebbende van 6 mei 2010, zoals geciteerd onder 2.6 hiervoor;
- de periode gelegen tussen het gesprek dat op 6 juli 2010 heeft plaatsgevonden en de reactie van belanghebbende van 24 december 2010.
- de tegemoetkoming voor de behandeling van het beroep, op 2 (punten) x € 490 (waarde per punt) x 1 (factor gewicht van de zaak) is € 980;
- de tegemoetkoming in verband met de behandeling van het hoger beroep op 2 (punten) x € 490 (waarde per punt) x 1 (factor gewicht van de zaak) is € 980.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond,
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,
- verklaart het tegen de uitspraak van de Inspecteur ingestelde beroep gegrond,
- vernietigt de uitspraak van de Inspecteur,
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 3.133,
- vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig,
- vermindert de boete tot € 365,
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van bezwaar en van het geding bij de Rechtbank en het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op in totaal € 1.141,33.