Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 19 februari 2013;
- de memorie van grieven houdende wijziging/vermeerdering van eis met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte reactie mva met productie;
- de antwoordakte.
6.De verdere beoordeling
De Rabobank zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld, waarbij de rechtbank opmerkt dat zij in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding ziet om van het in de regel toegepaste liquidatietarief af te wijken”. Rabobank werd veroordeeld ter zake de door [appellant] gemaakte proceskosten van € 1.120,00 aan vast recht en € 2.842,00 aan salaris procureur. Het vonnis is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Vervolgens beroept [appellant] zich op een opschortingsrecht omdat hij informatie van de Rabobank wil ontvangen over de (hoogte van de) restantvordering van de Rabobank na afwikkeling van het faillissement.
tegen alle rechtsoverwegingen en feitelijke vaststellingen” in het vonnis (met uitzondering van r.o. 4.6-4.8).
Daarbij verdient aandacht dat de toekenning van proceskosten niet gelijkgesteld mag worden met de toekenning van schadevergoeding als bedoeld in afdeling 6.1.9 Nieuw B.W. Dat de verliezende partij in de proceskosten pleegt te worden veroordeeld, vindt immers niet zijn grond in een verplichting tot schadevergoeding, maar in andere overwegingen die zich aldus laten samenvatten, dat het verbod van eigenrichting en de daarmee samenhangende, vrijwel onbeperkte vrijheid een ander in rechte te betrekken en zich in rechte tegen eens anders aanspraken te verdedigen, kan meebrengen dat het gerechtvaardigd is de kosten van het geding, voor zover zij niet ten laste van de overheid blijven, over partijen te verdelen op een wijze waarbij aan overwegingen van procesrisico en procesbeleid mede betekenis wordt toegekend, onder meer om te voorkomen dat de voormelde vrijheid door de vrees voor een veroordeling tot omvangrijke proceskosten in gevaar zou worden gebracht (..). Dit kan verklaren waarom de proceskosten waarin de verliezende partij veelal wordt veroordeeld vaak geen volledige vergoeding opleveren van hetgeen de winnende partij aan het proces ten koste heeft gelegd. In verband daarmee pleegt men te zeggen dat niet alle proceskosten “liquidabel” zijn. Een volledige vergoedingsplicht is wel denkbaar, doch alleen in “buitengewone omstandigheden” (...) Daarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad.” (MvT. Inv. blz. 36).
geen vordering:
pandakte achtergehouden
zekerheidsrechten prijsgegeven
zonder toelichting van de Rabobank, die ontbreekt”). Daarom was het voor het hof onduidelijk waarom bepaalde door Rabobank geïnde bedragen niet onder het pandrecht van Rabobank zouden vallen. Evenmin viel voor het hof daarom in te zien waarom die bedragen (als zijnde verpand) niet aan Rabobank ten goede zouden zijn gekomen, waardoor de restantvordering van Rabobank lager zou zijn geworden (hetgeen ten voordele van [appellant] zou zijn geweest). Rabobank had zich hierover met de curator moeten verstaan en het feit dat zij dat - zonder daarvoor een verklaring te geven - niet heeft gedaan, kon in het kader van de berekening van de restantvordering van Rabobank, niet ten laste van [appellant] komen, aldus nog steeds het hof in het bedoeld eindarrest.
Dat dit achteraf, na kennisname van de pandakte, onjuist blijkt te zijn, en leidt tot afwijzing van haar vorderingen in de borgtochtprocedure, maakt nog niet dat zij die procedure onrechtmatig heeft gevoerd” aldus Rabobank.
Alle kosten die de bank mocht maken terzake van enige tekortkoming door de borg in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van deze borgtocht komen ten laste van de borg.” Op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid moet Rabobank deze bepaling ook tegen zich laten gelden en is zij op haar beurt contractueel gehouden [appellant] schadeloos te stellen, aldus [appellant].
Ik verzoek u te bevorderen dat uw cliënte binnen 14 dagen na heden de kosten veroordeling voldoet(..)
Indien betekend dient te worden, komt er nog eens € 68,00 bij (..)” (prod. 4 mvg). De (advocaat van de) Rabobank heeft hierop op 30 november 2006 geantwoord: “
Het is U ongetwijfeld opgevallen dat de proceskostenveroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. (..) U moet er echter ernstig rekening mee houden dat mijn cliënte hoger beroep zal instellen (..). Betekening is thans ook niet aan de orde, zulks omdat (..) de proceskostenveroordeling thans niet opeisbaar is. Zolang van het vorenstaande geen sprake is, zijn kosten van betekening ook niet verschuldigd.” (prod. 7 akte [appellant])