Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.de vennootschap onder firma Unipharma,gevestigd te [vestigingsplaats],
Wehapharm B.V., vennoot,
gevestigd te [vestigingsplaats],
Cosana B.V., vennoot,
gevestigd te [vestigingsplaats],
Pharmpart B.V., vennoot,
5.Het verloop van de procedure
6.Vooraf
7.De beoordeling
"geconstateerd dat de betalingen zijn voldaan op 23 februari 2009 (A) respectievelijk op 3 juni 2009 (B).”en verder dat
“De maandkorting over de maanden mei tot en met oktober 2009 (C), is conform onderstaande specificatie door Unipharma Vof op 2 december 2009 …. aan Regifarm B.V. overgemaakt.”Naar het oordeel van het hof is het feit dat de accountant daarbij niet verklaart op welke wijze hij de betalingen heeft gecontroleerd, onvoldoende om af te doen aan de geloofwaardigheid van zijn verklaring.
“rekening had moeten houden met de belangen van Unipharma bij continuering van de tussen partijen vigerende overeenkomst op gelijke voorwaarden door Mosadex als overnemende partij”– niet plaatsen. Nu Unipharma die stelling verder ook niet onderbouwd heeft, passeert het hof die. Dat de opzegging gepaard had moeten gaan met een aanbod tot betaling van schadevergoeding is door Unipharma niet gesteld.
Grief 11 waarmee Unipharma klaagt dat de rechtbank haar bewijsaanbod heeft gepasseerd, faalt om die reden.