Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[V.O.F.] V.O.F.,wonende te [woonplaats],
[appellant 2],wonende te [woonplaats],
[appellante 3],gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Woningstichting [Woningstichting],gevestigd te [vestigingsplaats],
WS [Vastgoed] Vastgoed B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
8.Het verdere verloop van de procedure
- de akte van WS [Woningstichting], met producties;
- de antwoordakte tevens houdende verzoek om pleidooi van [appellant];
- de brief van mr. Van der Kolk van 13 augustus 2014 met productie 6 tot en met 10;
- de brief van mr. Namjeski van 15 augustus 2014 met producties, 14, 15 en 16;
- het pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
9.De verdere beoordeling
Indien verhuurder niet de noodzakelijke bouw- en gemeentelijke vergunningen verkrijgt hebben partijen geen enkele verplichting aan elkaar ten aanzien van deze overeenkomst”) licht hij dat niet genoegzaam toe terwijl vast staat dat WS [Woningstichting] vanaf 19 augustus 2010 over die vergunningen beschikte (rov. 6.2.e van het tussenarrest). Bovendien is daarbij toen nieuw overeengekomen (het onder rov. 6.2.d van het tussenarrest geciteerde) artikel 4.12 huurakte, waarin een specifieke afspraak is verwoord voor het geval de definitieve oplevering door WS [Woningstichting] later dan de overeengekomen huuringangsdatum van 1 oktober 2009 zou plaatsvinden.