ECLI:NL:GHSHE:2015:60
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- M.J. van Laarhoven
- W.Th.M. Raab
- G.J. Vossestein
- Rechtspraak.nl
Uitleg echtscheidingsconvenant en verevening Belgisch rustpensioen
Partijen, beiden Nederlands, zijn in 1965 in België gehuwd en in 2001 gescheiden met een echtscheidingsconvenant waarin pensioenverevening is opgenomen. De man bouwde pensioen op bij de Belgische Rijksdienst voor Pensioenen, waarvan 28 jaar tijdens het huwelijk. De vrouw vordert in hoger beroep de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof stelt vast dat partijen de pensioenverevening conform de Nederlandse Wet VPS zijn overeengekomen, ongeacht de toepasselijkheid van die wet op het Belgische pensioen. Het hof vult een leemte in het convenant aan door rekening te houden met de korting op de AOW-uitkering van de man, zodat eerst een bedrag ter grootte van die korting aan de man wordt toegekend, waarna het resterende pensioen wordt verevend.
Verder oordeelt het hof dat het hertrouwen van de vrouw geen invloed heeft op haar aanspraak en dat het alleenstaandentarief moet worden gehanteerd bij de berekening van het te verevenen pensioen. De pensioenbonus wordt buiten beschouwing gelaten omdat deze na het huwelijk is toegekend. Het hof acht deskundigenonderzoek noodzakelijk om het exacte aandeel van de vrouw vast te stellen en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat pensioenverevening conform de Wet VPS moet plaatsvinden en houdt verdere beslissing aan voor deskundigenonderzoek.