Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van hun zoon, die sinds augustus 2013 onder toezicht staat. Zij stellen dat de maatregel te ver gaat en dat vrijwillige hulpverlening, gekoppeld aan een medisch kinderdagverblijf, voldoende zou zijn. Uit onderzoek blijkt echter dat de zoon een kindeigen problematiek heeft door een disharmonisch intelligentieprofiel.
De stichting en de Raad voor de Kinderbescherming benadrukken dat de ouders onvoldoende samenwerken en dat de moeder moeite heeft met het accepteren van hulpverlening. De hulpverlening is noodzakelijk om de ontwikkeling van de zoon te waarborgen en de opvoedingssituatie te verbeteren.
Het hof overweegt dat op grond van het oude recht (artikel 1:254 BW Pro) de ondertoezichtstelling kan worden verlengd indien de belangen van het kind ernstig worden bedreigd en andere middelen falen. Gezien de problematiek van de zoon en de moeizame acceptatie van vrijwillige hulpverlening door de moeder, acht het hof de verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt bekrachtigd.