ECLI:NL:GHSHE:2015:5596

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
2 december 2015
Publicatiedatum
4 februari 2016
Zaaknummer
20-002908-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens termijnoverschrijding

In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 2 december 2015 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verdachte. Het vonnis in eerste aanleg was op 5 maart 2015 bij verstek gewezen door de politierechter. Verdachte was op de terechtzitting in eerste aanleg niet verschenen, wat zij verklaarde door financiële problemen en zorgtaken.

Volgens de wet staat verdachte een termijn van veertien dagen na de uitspraak open om hoger beroep in te stellen. Het hof constateerde dat het hoger beroep pas op 20 maart 2015 werd ingesteld, wat na het verstrijken van deze termijn was. Er waren geen omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.

De advocaat-generaal had gevorderd om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren, terwijl de raadsman dit betwistte. Het hof oordeelde dat verdachte bekend moest zijn geweest met de zitting, gezien de persoonlijke uitreiking van de oproeping. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-002908-15
Uitspraak : 2 december 2015
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 maart 2015 in de strafzaak met parketnummer
10-087638-13 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] [in het jaar] 1979,
wonende te [adres].
Hoger beroep
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte niet-ontvankelijk dient te verklaren in haar hoger beroep.
De raadsman heeft bepleit dat verdachte ontvankelijk is in het door haar ingestelde hoger beroep.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof overweegt dat het beroepen vonnis op 5 maart 2015 bij verstek is gewezen. Verdachte moet bekend zijn geweest met voornoemde terechtzitting. Het hof leidt dat af uit de omstandigheid dat de oproeping om op die terechtzitting te verschijnen op
29 december 2014 in persoon aan haar is uitgereikt alsmede uit de omstandigheid dat verdachte op het door haar ingediende grievenformulier d.d. 20 maart 2015 heeft opgegeven dat zij niet op de terechtzitting is verschenen omdat zij geen geld had om te reizen en zij haar zoon naar school moest brengen.
Volgens de wet staat voor de verdachte in een zodanig geval gedurende veertien dagen na de uitspraak hoger beroep open. Nu het hoger beroep eerst op 20 maart 2015 is ingesteld, derhalve na het verstrijken van die termijn, en niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is, zal het hof verdachte niet-ontvankelijk verklaren in haar hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr. A.R.O. Mooy, voorzitter,
mr. A.M.G. Smit en mr. T.A. de Roos, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.P. van der Pijl, griffier,
en op 2 december 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. A.M.G. Smit en mr. T.A. de Roos zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.