Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats 1] ,
[appellant 2],
wonende te [woonplaats 1] ,
[appellant 3],
wonende te [woonplaats 2] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/275692/HA ZA 14-170)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
met inachtneming van het bepaalde in het arbitragereglement van de Kamer van Koophandel Brabant”.
Inmiddels heeft de behandeling in hoger beroep plaatsgevonden van het faillissement van [geïntimeerde] . Ter zitting bleek, dat zowel de curator als mr Theunissen, hoewel arbiters het vonnis nog niet uitgesproken hebben, op de hoogte waren van de inhoud daarvan. Ik stel vast dat hiermede door arbiters fundamentele beginselen van procesrecht zijn geschonden, zodat het vonnis als zijnde in strijd met de openbare orde, voor vernietiging in aanmerking komt ingeval dit al zou worden uitgesproken.”
De tekst van het vonnis is nog niet beschikbaar nu nog aanvullende betalingen dienen te worden gedaan door [geïntimeerde] enerzijds en [echtgenoot compagnon] / [compagnon] anderzijds. Overleg heeft echter geleerd, dat arbiters tot de slotsom zijn gekomen, dat de tandartsenpraktijk TCH aan [geïntimeerde] wordt toegescheiden. Partijen dienen vervolgens middels de onafhankelijke accountant nog tot een financiële afwikkeling van de praktijk te komen.”