Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/04/105729/HA ZA 10-966)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities, een plattegrond en foto’s hebben overgelegd.
3.De beoordeling
onder de gegeven omstandigheden(cursivering hof) niet onder zijn verantwoordelijkheid valt, althans dat het Waterschap
in de gegeven omstandigheden(cursivering hof) zich daarop niet jegens hem kan beroepen.
geeninvloed op de ontwateringsmogelijkheden van het perceel heeft (pagina 10). Tijdens het pleidooi heeft [deskundige Globe] uiteengezet dat hij hier een andere visie op heeft. Aan de zijde van het Waterschap was tijdens het pleidooi ook [hydroloog] , hydroloog, werkzaam bij het Waterschap, aanwezig. Deze heeft te kennen gegeven voormelde conclusie van de deskundige te delen. Uit de discussie tijdens het pleidooi tussen [deskundige Globe] en [hydroloog] maakt het hof op dat de vernatting van het perceel van Natuurmonumenten wel het gevolg is of kan zijn van de instelling van [stuw] 2, en dat vernatting van het perceel van Natuurmonumenten een uitstraling heeft of kan hebben onder meer naar het perceel van [appellant] , maar niet als de gemeenschappelijke sloot voldoende zou ontwateren. Bij voldoende ontwatering zou de vernatting aan de kant van Natuurmonumenten immers worden afgevoerd via de gemeenschappelijke sloot en niet het perceel van [appellant] bereiken, aldus [hydroloog] . Deze conclusie komt het hof gerechtvaardigd voor. Als zodanig heeft [stuw] 2 dus gelet op de motivering van de conclusie van de deskundige geen invloed op de ontwateringsmogelijkheden van het perceel van [appellant] . Bepalend daarvoor is de stand van de gemeenschappelijke kavelsloot van [appellant] en Natuurmonumenten, waarover meer hierna in rov. 3.9.5. Gelet daarop komt het hof de conclusie van Van Acker overtuigend voor. Grief 7 is dan ook tevergeefs voorgesteld.