Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. Remport Urban, namens [de jongmeerderjarige zoon] ;
- de vader, bijgestaan door mr. Bronsveld.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak is het hoger beroep behandeld van een jongmeerderjarige zoon tegen de beslissing van de rechtbank om de bijdrage van zijn vader in de kosten van levensonderhoud en studie op nihil te stellen. De vader had verzocht om matiging van zijn onderhoudsverplichting wegens de gedragingen van zijn zoon.
De jongmeerderjarige zoon betwistte dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden en gaf aan moeite te hebben met het vinden van een stabiele positie in de maatschappij, met schulden en pogingen tot hulpverlening. De vader stelde daartegenover dat de zoon sinds zijn detentie geen verantwoordelijkheid neemt, geen werk zoekt of studie volgt, en geen inzicht verschaft in zijn situatie.
Het hof oordeelde dat de gedragingen van de zoon zodanig zijn dat van de vader in redelijkheid niet kan worden verlangd bij te dragen in het levensonderhoud zolang de houding van de zoon niet wijzigt. De enkele weigering van contact wordt niet als voldoende grond voor matiging gezien, maar de combinatie van omstandigheden en het ontbreken van communicatie rechtvaardigen de matiging. De beschikking van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de matiging van de onderhoudsbijdrage en wijst het hoger beroep van de jongmeerderjarige af.