Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C03/209260/KG ZA 15-396)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding spoedappel met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De beoordeling
er na overleg met dhr. [appellant] , besloten(is)
de zaak anders te zien ( …)” en dat [appellant] over wenste te gaan tot een bieding bij opbod (prod. 3 inl. dagv.). [geïntimeerde] heeft daarin niet toegestemd.
Geachte confrère,
onder andere op grond van artikel 12 sub d jo Pro artikel 6 lid 2 sub c en Pro artikel 7 van Pro de VOF-overeenkomst” (prod. 8 inl. dagv.) Tevens claimt [appellant] als enige het recht te hebben op voortzetting van de exploitatie van de waterskibaan.
Hierbij zend ik u een kopie van de aangetekende brief die op 16-7-2015 aan de heer [geïntimeerde] is gezonden. In uw e-mail van dezelfde dag refereert u aan het feit dat ik de Vof-overeenkomst tussen partijen reeds zou hebben opgezegd. Dit is niet juist en is ook niet mogelijk aangezien niet aan de vormvereiste is voldaan. Ik verwees er slechts naar dat mijn cliënt dit zou gaan doen. Cliënt heeft echter, in plaats van een opzegging, de overeenkomst rechtsgeldig en per direct ontbonden. Ik verwijs u verder naar de aangetekende brief in de bijlagen. Met vriendelijke groet (…)”