Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 371474 \ CV EXPL 13-1395)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met wijziging van eis;
- de akten van beide partijen, waarbij zij hebben meegedeeld geen behoefte te hebben aan een comparitie na aanbrengen;
- de memorie van grieven met drie producties (M, N en O) en eiswijziging overeenkomstig de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
primaireen hoofdsom van € 9.119,78,
subsidiairhet bedrag dat het product vormt van het nader vast te stellen gemiddeld aantal uren per week dat [eigenaar eenmanszaak] werkzaam is geweest voor Staatvast, vermenigvuldigd met € 95,-- inclusief btw per uur,
meer subsidiaireen in goede justitie vast te stellen hoofdsom, telkens vermeerderd met de wettelijke handelsrente over het toe te wijzen bedrag vanaf 28 juli 2012;
die stelt.
primaireen hoofdsom van € 9.119,78,
subsidiairhet bedrag dat het product vormt van het nader vast te stellen gemiddeld aantal uren per week dat [eigenaar eenmanszaak] werkzaam is geweest voor Staatvast, vermenigvuldigd met € 95,-- inclusief btw per uur,
meer subsidiaireen in goede justitie vast te stellen hoofdsom vordert, telkens vermeerderd met de wettelijke handelsrente over het toe te wijzen bedrag vanaf 28 juli 2012. Het hof gaat er vooralsnog vanuit dat de wijze waarop de subsidiaire vordering is geformuleerd, op een kennelijke verschrijving berust. Uit niets blijkt immers dat JUFO heeft beoogd de subsidiair gevorderde vergoeding ter hoogte van € 95,-- over het gemiddelde aantal gewerkte uren slechts te vorderen over een tijdvak van een week. Het hof neemt aan dat JUFO heeft bedoeld dat bedrag te vorderen over een tijdvak van een maand (afgerond 4 weken), zodat het gevorderde nog moet worden vermenigvuldigd met 4. Naar het oordeel van het hof heeft dat ook voor Staatvast redelijkerwijs duidelijk moeten zijn. Als VIP Claim desondanks deze subsidiaire vergoeding slechts over het tijdvak van een week wil vorderen, kan zij dat bij memorie na getuigenverhoor kenbaar maken.