Uitspraak
Coöperatieve Rabobank [vestiging] U.A.,
5.Het geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 25 augustus 2015;
- de akte van 16 september 2015 van [geïntimeerde] (met producties);
- de akte van 13 oktober 2015 van Rabobank;
6.De verdere beoordeling
‘dat de onbevoegde over de pincodes heeft kunnen beschikken doordat [geïntimeerde] de voorschriften tot het geheimhouden van de codes niet heeft nageleefd of anderszins onzorgvuldig met die codes is omgegaan (b.v. door deze op een voor de onbevoegde toegankelijke plaats te hebben genoteerd)’ en overwogen dat het aan [geïntimeerde] was om dat voorshands geleverd geachte bewijs te ontzenuwen (r.o. 3.4.4 tussenarrest).
- de vraag of een betalingspoging met de ING-pas bij Action als door [geïntimeerde] gesteld bij ING Bank al dan niet wordt en is geregistreerd;
“(..) De ING kan helaas niet meer de geslaagde transacties en tevens de mistransacties opleveren over de maand november 2010. Deze gegevens zijn geschoond uit de computersystemen. (…)”
theoretische’ (cvr 9) mogelijkheid, dat een onbevoegde derde op 26 november 2010 bij de Action in [plaats 1] de pincodes voor haar twee betaalpassen heeft afgekeken, onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld die, indien bewezen, de voorshands bewezen geachte stelling van Rabobank, dat de onbevoegde door toedoen van [geïntimeerde] over de pincodes moet hebben kunnen beschikken, kunnen ontzenuwen. Het hof komt daarmee niet toe aan het door [geïntimeerde] aangeboden (tegen)bewijs.