Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven met vier producties;
- de memorie van antwoord met twee producties.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak stond centraal of het ontslag van appellant, werkzaam als kok bij een eetcafé, kennelijk onredelijk was op grond van een valse reden of het gevolgencriterium van artikel 7:681 BW Pro. Appellant was sinds 1998 in dienst en werd ontslagen vanwege bedrijfsbeëindiging van de vennootschap onder firma die het eetcafé exploiteerde.
Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een overgang van onderneming, aangezien de exploitatie door een nieuwe eigenaar met een verbouwing en ander meubilair werd voortgezet en slechts twee van de vier werknemers werden overgenomen. De bedrijfsbeëindiging door geïntimeerden was derhalve gegrond en het ontslag niet gebaseerd op een valse reden.
Verder werd beoordeeld of het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de gevolgen voor appellant. Hoewel appellant financieel nadeel ondervond en weinig kansen op de arbeidsmarkt had, had hij onvoldoende sollicitatie-inspanningen verricht voorafgaand aan het ontslag en was er sprake van reële bedrijfseconomische redenen. Tevens werd appellant doorbetaald tot het ontslag inging. Het hof verwierp de vorderingen en bekrachtigde het eerdere vonnis, waarbij appellant in de proceskosten werd veroordeeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was; appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.