Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 343419/CV EXPL 09-3615)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven (met dertien grieven);
- de memorie van antwoord;
3.De beoordeling
“Uit het arrest van het hof, maar ook uit de in deze procedure door [geïntimeerde] gestelde feiten en omstandigheden blijkt voldoende dat [appellante] er persoonlijk voor heeft gezorgd dat [geïntimeerde] het vonnis van de kantonrechter en later het arrest van het hof niet jegens Bonfanti ten uitvoer kon leggen, omdat Bonfanti daarvoor geen verhaal meer biedt. Vast staat immers dat [appellante] de bedrijfsinventaris van Bonfanti, vlak voordat [geïntimeerde] daarop beslag wilde leggen, heeft verpand aan (haar eigen vennootschap) Campagnola srl. in Italië. Zoals ook reeds door het hof is overwogen, heeft [appellante] voor deze verpanding, uitgerekend op dit moment, geen afdoende verklaring gegeven, zodat het ervoor gehouden moet worden dat de verpanding uitsluitend ten doel had het verhaal van [geïntimeerde] op Bonfanti te frustreren. Daarnaast is voldoende komen vast te staan dat [appellante] de bedrijfsactiviteiten van Bonfanti naar een in België kantoorhoudende Engelse Limited, te weten Bonfanti Ltd (…) heeft overgeheveld, waardoor in Bonfanti thans geen activiteiten worden verricht en er geen middelen zijn waarop [geïntimeerde] zich kan verhalen.”De kantonrechter verwierp de betwisting door [appellante] van voormeld verwijt, aan welke betwisting [appellante] de stelling ten grondslag legde dat er geen activa/passiva transactie van Bonfanti naar Bonfanti Ltd had plaatsgevonden en dat Bonfanti Ltd een heel ander soort bedrijfsactiviteiten ontwikkelde dan Bonfanti.
4.De uitspraak
L.W. Louwerse en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 september 2015.