Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 246560 / HAZA 12-418)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met productie;
- de akte van niet dienen ter zake de memorie van antwoord;
- het schriftelijk pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
,dat volgens hem enkel was bedoeld voor de aankoop van effecten en daarvoor ook is gebruikt, een effectenkrediet is. Dit betekent, aldus [appellant], dat sprake is van effectendienstverlening en dat op ABN Amro daarom bijzondere zorgplichten rusten, onder meer een saldibewakingsplicht. [appellant] stelt dat, gezien het overeengekomen bevoorschottingspercentage, althans de op de bank rustende bijzondere zorgplichten, ABN Amro steeds voordat zij een opdracht van [appellant] tot aankoop van aandelen uitvoert, zij moest bezien of [appellant] hiervoor voldoende bestedingsruimte heeft. Bij onvoldoende bestedingsruimte had ABN Amro [appellant] hiervoor moeten waarschuwen en bovendien moeten weigeren nog nadere opdrachten uit te voeren totdat hij weer voldoende bestedingsruimte had, aldus [appellant].