Uitspraak
Afdeling strafrecht
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- vrijgesproken van het hem onder 4. primair (kortweg: gewoontewitwassen) en subsidiair (kortweg: schuldwitwassen) ten laste gelegde;
- ter zake van
- primair dat verdachte zal worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde;
- subsidiair dat aan verdachte een andere straf zal worden opgelegd dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
*door (één of meer van) dit/deze geldbedrag(en) (tot een gezamenlijk bedrag groot 97.497,02 euro of daaromtrent) (over) te boeken en/of te storten op (een) bankrekening [rekeningnummer 6] ten name van [vennootschap van verdachte] bij [bank 1] , en tot welke bankrekening hij, verdachte, (als enige) gerechtigd was en/of
*door (één of meer van) dit/deze geldbedrag(en) (tot een gezamenlijk bedrag groot 19.000 euro of daaromtrent) (over) te boeken en/of te storten op (een) bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van [verdachte] bij [bank 2] ( [bank 2] ), en tot welke bankrekening hij, verdachte, (mede) gerechtigd en/of gemachtigde was en/of
*door (één of meer van) dit/deze geldbedrag(en) (tot een gezamenlijk bedrag groot 10.387,90 euro of daaromtrent) te besteden aan de betaling voor factuur 250106 (D-91) middels overboeking naar bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] en/of
*door (één of meer van) dit/deze geldbedrag(en) (tot een gezamenlijk bedrag groot 1885 euro of daaromtrent) te besteden aan de betaling van huur over de periode juni 2006 middels overboeking naar bankrekeningnummer [rekeningnummer 5] (D-92)
* van een voorwerp, te weten een geldbedrag tot een bedrag groot 1.885 euro, in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006, gebruik heeft gemaakt op bankrekening [rekeningnummer 2] ten name van [vennootschap van verdachte] bij [bank 1] , door dit geldbedrag groot 1.885 euro te besteden aan de betaling van huur over de periode juni 2006 middels overboeking naar bankrekeningnummer [rekeningnummer 5] ,
A.
B.1
- het voorhanden bewijs ervoor tekort schiet dat de in de tenlastelegging genoemde bedragen middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig zijn, in het bijzonder omdat geen sprake is van vermogensbestanddelen waarover men de beschikking had doordat belasting is ontdoken;
- de opvatting van de officier van justitie dat sprake is van besmetting van het gehele vermogen van [vennootschap van verdachte] van de hand moet worden gewezen;
- het voorhanden bewijs ervoor tekort schiet dat verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de in de tenlastelegging genoemde bedragen uit misdrijf afkomstig zouden zijn.
B.2
B.3.1
- het de onderneming onmogelijk zou worden gemaakt om welke betaling dan ook te doen, aangezien elke betaling het overdragen, omzetten of gebruik maken van dat vermogen zou opleveren en dus witwassen zou zijn;
- de curator, als deze op de hoogte raakt van de fiscale vergrijpen die zich in de onderneming hebben voorgedaan, moet begrijpen dat de boedel daardoor “besmet” is geraakt, zodat hij de boedel niet zou kunnen vereffenen, aangezien daarvoor noodzakelijkerwijs overdrachts- en dus witwashandelingen nodig zijn;
- de vraag zich voordoet of de Ontvanger van de Belastingdienst, die weet dat in de onderneming fiscale vergrijpen hebben plaatsgevonden, zou mogen meewerken aan het ontvangen van belastingbetalingen uit het besmette vermogen van de onderneming.
B.3.2
B.3.3
B.4
B.5
C.
Van het plegen van witwassen een gewoonte maken.
D.1
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat door het bewezen verklaarde witwassen van substantiële geldbedragen (ruimschoots meer dan 300.000,- euro) inbreuk is gemaakt op de integriteit van het financiële en economische verkeer.
- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 17 maart 2015, waaruit blijkt dat verdachte voorafgaand aan het bewezen verklaarde eerder onherroepelijk door de strafrechter is veroordeeld ter zake van verduistering in dienstbetrekking;
- de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.
E.2
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.