Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. Graus,
- de vrouw, bijgestaan door mr. Rober.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De man en zijn jongmeerderjarige zoon zijn in hoger beroep gekomen tegen de echtscheidingsbeschikking en voorlopige voorzieningen van de rechtbank Limburg. Zij verzochten onder meer vernietiging van de beschikkingen en verwijzing naar een andere rechtbank voor een volledige behandeling.
Tijdens de mondelinge behandeling verscheen alleen de advocaat van de vrouw; de man en zijn zoon waren afwezig. De advocaat van de man diende ter zitting een verzoek in tot verwijzing naar een ander hof, wat het hof als misbruik van procesrecht beoordeelde omdat dit verzoek niet tijdig was ingediend na een eerder gesprek met de president van het hof.
Het hof oordeelde dat het belang van de vrouw bij een spoedige afdoening zwaarder woog dan het belang van de man en zijn zoon bij uitstel. Het hoger beroep tegen de voorlopige voorzieningen werd niet-ontvankelijk verklaard, en het hof bekrachtigde de echtscheidingsbeschikking inclusief de bijdrage van de man in het levensonderhoud van de vrouw. Verzoeken tot wijziging van het ouderschapsplan en bijdrage in de kosten van verzorging werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheidingsbeschikking en wijst het verzoek tot verwijzing naar een ander hof af wegens misbruik van procesrecht.