Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 16 december 2014;
- de memorie van antwoord van Jumbo met één productie;
- de memorie van antwoord van Ahold;
6.De verdere beoordeling
en
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Vereniging C1000, die de belangen van franchisenemers behartigt, vorderde op grond van artikel 843a Rv inzage in de overeenkomst waarbij Jumbo de verhuurrechten van C1000-winkels overdraagt aan Ahold. Deze vordering werd afgewezen door de voorzieningenrechter en in hoger beroep bekrachtigd door het hof.
De franchisenemers exploiteren winkels op basis van een franchiseovereenkomst met C1000 B.V., die sinds 2011 in handen is van Jumbo. Jumbo heeft vervolgens verhuurrechten van 78 winkels overgedragen aan Ahold. C1000 stelde dat zij belang had bij inzage omdat de franchiseformule medio 2015 zou ophouden en zij wilde weten welke afspraken er zijn gemaakt over de gevolgen daarvan.
Het hof oordeelde dat C1000 geen rechtmatig belang had bij exhibitie van de overeenkomst tussen Jumbo en Ahold, omdat deze overeenkomst geen derdenbeding bevat en geen rechten aan franchisenemers verleent. De vordering was gebaseerd op speculaties en onvoldoende concrete feiten, waardoor sprake was van een fishing expedition. Bovendien bevatte de overeenkomst vermoedelijk bedrijfsgevoelige informatie die niet lichtvaardig openbaar gemaakt mag worden.
De vorderingen van C1000 werden daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten van zowel Jumbo als Ahold. Het arrest bevestigt dat een exhibitievordering op grond van artikel 843a Rv een concreet rechtmatig belang vereist en niet mag worden gebruikt voor het verkrijgen van informatie op basis van gissingen.
Uitkomst: De vordering van Vereniging C1000 tot inzage in de overeenkomst tussen Jumbo en Ahold wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtmatig belang.