Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
verklaarthet hoger beroep niet-ontvankelijk.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende was tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2010 in bezwaar en beroep gegaan. De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard, maar belanghebbende stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank.
Het hof oordeelde dat het hoger beroepschrift te laat was ingediend, namelijk op 23 januari 2014, terwijl de wettelijke termijn op 22 januari 2014 eindigde. Belanghebbende voerde aan dat de overschrijding veroorzaakt was door haar betrokkenheid bij de begeleiding van een derde met een psychiatrische aandoening en haar eigen ziekte, waardoor zij vermoeid was en zich vergiste in de uiterste datum.
Het hof achtte deze omstandigheden onvoldoende om te concluderen dat belanghebbende niet in verzuim was. Er waren geen andere feiten of omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het hof kon daardoor niet inhoudelijk oordelen over de geschilpunten omtrent de belastingheffing van een ontvangen bedrag en de eigendom van onroerende zaken.
Het hof wees ook een vergoeding van griffierecht en proceskosten af. Tegen deze schriftelijke uitspraak is reeds cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn zonder verschoonbare omstandigheden.