Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer/rolnummer 620086 09/3864)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij brief van 12 februari 2015 door mr. Schaeken toegezonden producties, die bij het pleidooi in het geding zijn gebracht.
3.De beoordeling
(…) Er zijn (…) verschillende initiatieven om met medewerkers van de huidige Stichtingen Rechtsbijstand advocatenkantoren in het leven te roepen. (…) De Raden voor Rechtsbijstand faciliteren dergelijke initiatieven in het kader van de stelselherziening. (…) Het uitgangspunt van het sociaal plan is dat het er in de eerste plaats om gaat de medewerkers van de Stichtingen Rechtsbijstand van werk naar werk te begeleiden.(…) De Raden zijn dan ook bereid de eruit voortvloeiende kosten, voor zover uw stichting deze niet zelf kan dragen en onverlet de afspraken in geval van transitie naar advocatenkantoor, voor hun rekening te nemen.”
Ten aanzien van de directeur en de twee regiomanagers zijn nadere afspraken gemaakt als vertraagd boventallig. De afspraken hierover maken onderdeel uit van deze overeenkomst en zijn opgenomen inbijlage 8, 8a en 8b.”
Afspraken vertraagde boventalligheid
- Voor de directeur en de regiomanagers (t.w. [regiomanager 1], [regiomanager 2] en [regiomanager 3])(hof: hierna “[regiomanager 1]”, “[regiomanager 2]”, “[regiomanager 3]”)
dient uiterlijk 1 oktober 2006 duidelijk te zijn of het dienstverband al dan niet wordt voortgezet (vertraagd boventallig). Bij het niet voortzetten van het dienstverband wordt de Raad hierover vóór 1 oktober 2006 geïnformeerd. - Indien bovenstaande personen “vertraagd” boventallig zijn verklaard wordt aanspraak gemaakt op de regeling in hoofdstuk IV van het sociaalplan (…).
- De Raad betaalt de personele kosten van de directeur en de regiomanagers gedurende het mobiliteittraject (maximaal één jaar).
- Een kopie van de door de Stichting alsmede de directeur en regiomanagers ondertekend schrijven is in bijlage 8a opgenomen. Bij verval van de functie zal de Stichting, directeur en regiomanagers een kopie van het schrijven cf. bijlage 8b aan de Raad richten”.
De Overeenkomst bevat de gehele overeenkomst welke tussen Partijen is gesloten omtrent het onderwerp daarvan en treedt in de plaats van alle eerdere gesloten overeenkomsten welke tussen Partijen ter zake zijn gesloten”.
“Wijzigingen”:
(…) Wij hebben met u besproken dat onze Stichting gedurende de initiële doorstartfase nog gebruik zou willen maken van uw expertise. Wij hebben dan ook het voornemen om de door u vervulde functie van directeur(hof: “regiomanager” in de brieven aan [regiomanager 2] en [regiomanager 3])
te continueren gedurende de initiële doorstartfase. De initiële doorstartfase zal uiterlijk tot 1 oktober 2006 van toepassing zijn.
een in de tijd aanzienlijk verder gelegen moment”. Wel zal de functie van van [regiomanager 3] per 1 oktober 2006 boventallig zijn, schrijft [voorzitter RvC van de Stichting].
Wij brengen je hierbij op de hoogte van ons besluit om de door jou vervulde functie van regiomanager binnen onze stichting te laten vervallen per 1 oktober 2006”.
Wij brengen je hierbij op de hoogte van ons besluit om de door jou vervulde functie van directeur binnen onze stichting te laten vervallen per 1 april 2007”.
I. de personele kosten van [regiomanager 1] en [regiomanager 2] gedurende het mobiliteitstraject van maximaal één jaar, primair op grond van artikel 4.1 en bijlagen 8, 8a en 8b van de Transitie-overeenkomst juncto hoofdstuk IV van het Sociaal Plan, althans op grond van de sideletter van 21 juni 2004, althans op grond van artikel 4.3 lid 8 van het Sociaal Plan juncto de sideletter van 21 juni 2004 ;
II. de kosten van het wachtgeld van [regiomanager 1] en [regiomanager 2] op grond van artikel 4.1 en bijlagen 8, 8a en 8b van de Transitie-overeenkomst juncto hoofdstuk IV van het Sociaal Plan, althans op grond van de sideletter van 21 juni 2004;
III. de opleidingskosten ad € 12.000,-- voor [regiomanager 1] en € 12.000,-- voor [regiomanager 2] op basis van artikel 4.3 lid 3 van het Sociaal Plan, althans op grond van de sideletter van 21 juni 2004;
IV. de kosten voor de uitvoering van de wachtgeldregeling voor [regiomanager 1], [regiomanager 2], [regiomanager 3] en [X.] op grond van de sideletter van 21 juni 2004;
V. althans een zodanige beslissing als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren.
De kantonrechter oordeelde daartoe, kort samengevat, het volgende. De sideletter kan in het kader van de interpretatie van de Transitie-overeenkomst mogelijk een rol spelen, maar in de sideletter kunnen geen zelfstandige verplichtingen in relatie tot de transitie naar een advocatenkantoor en in het bijzonder ten aanzien van de uitvoeringskosten worden gelezen. De Raad heeft klaarblijkelijk eind september 2006 niet besloten om met opschorting en verlenging van de looptijd van de transitieovereenkomst akkoord te gaan, althans er is in ieder geval niet besloten wel akkoord te gaan met verlenging. Dat over de uitkomst van deze besprekingen toen iets aan de Stichting is bericht is gesteld noch gebleken, aldus de kantonrechter. Het beroep van de Raad op het niet tijdig inzenden van verklaring 8b (hof: de mededeling van de boventalligheid) voor wat betreft [regiomanager 1] en [regiomanager 2] moet volgens de kantonrechter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden geacht, nu de Raad daardoor niet benadeeld is.
Bij een statutenwijziging van 26 augustus 2013 heeft de Stichting haar naam gewijzigd in Stichting BATNA en haar doel omschreven als “
het uitvoeren of doen uitvoeren van projecten op het terrein van rechtsbedeling, alsmede het verrichten van andere handelingen die met de rechtsbedeling verband houden.” De Stichting is gevestigd op het woonadres van de bestuurder van de Stichting, mr. C.G.J. Zeeuwen (hierna: “Zeeuwen”). De Stichting stelt met het oog op haar verplichtingen jegens [regiomanager 1] en [regiomanager 2] geen activiteiten uit te oefenen in afwachting van de uitkomst van onder meer de onderhavige procedure. Naast Zeeuwen is inmiddels ook [regiomanager 1] bestuurder van de Stichting.
Per 1 juli 2010 zijn de regionale Raden voor Rechtsbijstand gefuseerd. De Raad is ten gevolge van deze fusie de rechtsopvolger onder algemene titel van de Raad voor Rechtsbijstand ’[vestigingsnaam].
Waar in eerste aanleg de curator en de Raad voor Rechtsbijstand [vestigingsnaam] als partijen optraden, wordt de procedure in hoger beroep dan ook gevoerd door de Raad (voor Rechtsbijstand te Utrecht) en de Stichting (BATNA). Partijen hebben dat desgevraagd bij gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep bevestigd en de Raad (voor Rechtsbijstand te Utrecht) en de Stichting (BATNA) zijn ook steeds in de processtukken in hoger beroep vermeld met uitzondering van de op 3 november 2010 uitgebrachte appeldagvaarding, waarin appellant nog als de Raad voor Rechtsbijstand te [vestigingsnaam] is aangeduid. Gelet op het voorgaande is dat een kennelijke vergissing.
in tijd aanzienlijk verder gelegen moment”(e-mail [voorzitter RvC van de Stichting] d.d. 24 juli 2006; r.o. 3.1.11) en uit het feit dat de Stichting bij brief van 30 september 2006 [regiomanager 3] boventallig heeft verklaard per 1 oktober 2006.
voor zover uw stichting deze niet zelf kan dragen en onverlet de afspraken in geval van transitie naar advocatenkantoor” bevat, zoals hiervoor is overwogen, geen zelfstandige verplichting van de Raad. Die verplichtingen zijn nu juist neergelegd in de nadien tussen de Raad en de Stichting gesloten Transitie-overeenkomst.
formeel boventallig worden”, maar dat is – zoals hiervoor reeds aan de orde kwam – niet gebeurd. De Stichting heeft ook niet betwist dat [regiomanager 1] en [regiomanager 2] pas per 1 april 2007 boventallig zijn verklaard.