Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer C/01/252460 / HA ZA 12-805)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- de verplaatsing van het bergingsbedrijf van de familie [Bergingsbedrijf] en de herontwikkeling van het perceel dat door die verplaatsing vrij zou komen;
- de verplaatsing van Supermarkt [Supermarkt] naar een nieuw te ontwikkelen detailhandelszone en de herontwikkeling van het perceel dat door die verplaatsing vrij zou komen;
- de herontwikkeling van het perceel van een voormalige bakkerij;
- de herontwikkeling van het perceel van een voormalig taxibedrijf.
terug verdiend worden middels een markt conforme aankoop van de gemeentegrond, en terugbouwen van de bedrijfspanden.”
Regie terughalen naar de gemeente door een detailhandelscentrum langs de [locatie 1.] te gaan ontwikkelen
Ontkoppelen van de projecten
Verplaatsing [Bergingsbedrijf] nader uitzoeken
[projectontwikkelaar ] houden aan haar contract
Oude locatie [Supermarkt] (supermarkt) door eigenaar / belegger [familie] te [vestigingsplaats] laten invullen.
Verwerving gronden nieuwe supermarkt locatie.
Primair: vaststelling dat er sprake is geweest van een overeenkomst van opdracht, danwel van samenwerking tussen Hoogewerf BV en de gemeente met betrekking tot het komen tot oplossingen voor de probleemlocaties autoschadebedrijf/bergings-bedrijf/tankstation [Bergingsbedrijf] (1), Taxicentrale [Taxicentrale] (2), locatie supermarkt [Supermarkt] (3), grondstukken [Grondstukken] (4), locatie [locatie 2.] (5), waarbij Hoogewerf BV tevens de opdracht had om deze oplossingen tot stand te brengen in samenhang met andere ontwikkelingsmogelijkheden binnen de gemeente en dat de gemeente verwijtbaar is tekortgeschoten in de nakoming van deze overeenkomst, waarvoor zij aansprakelijk is;
Subsidiair: vaststelling dat de gemeente eenzijdig, verwijtbaar en onrechtmatig op 1. december 2009 jegens Hoogewerf BV haar medewerking met betrekking tot de in de memorie van grieven genoemde ruimtelijke-ordeningstechnische ontwikkeling heeft beëindigd en dat de gemeente hiervoor aansprakelijk is;
Primair: veroordeling van de gemeente om aan Hoogewerf een schadevergoeding van € 280.576,80 en een bedrag van € 647.249,-- te betalen;
Subsidiair: veroordeling van de gemeente tot betaling van schadevergoeding aan Hoogewerf BV, op te maken bij staat;
Meer subsidiair: veroordeling van de gemeente om aan Hoogewerf BV een redelijke
dat de normale procedurele wegen bewandeld moeten worden, en dat wij als projectontwikkelaar de financiële risico’s hiermee gepaard gaand, moeten dragen.”
“Mocht om welke procedure reden dan ook het project niet tot stand kunnen worden gebracht, verzoeken wij de Gemeente om voor de gemaakte kosten een bouwclaim te mogen leggen, zodat wij in ieder geval de kans hebben, om onze kosten terug te verdienen.”Nu de gemeente naar aanleiding van dit verzoek geen enkele toezegging heeft opgenomen in haar brief van 23 juli 2008, heeft Hoogewerf BV er redelijkerwijs niet vanuit mogen gaan dat de gemeente zich op enigerlei wijze contractueel jegens Hoogewerf BV wilde binden. Als Hoogewerf BV op dat moment had gewild dat de gemeente zich op enigerlei wijze contractueel zou vastleggen jegens Hoogewerf BV, dan had Hoogewerf BV dit op dat moment duidelijk kenbaar moeten maken. De gemeente had dan daaromtrent een duidelijk besluit kunnen nemen. Nu dit alles niet heeft plaatsgevonden is er onvoldoende grondslag om het bestaan van een overeenkomst aan te nemen.