Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Grondboorbedrijf [Grondboorbedrijf] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
[Beheer] Beheer B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
Bluwaco B.V.gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 251719/HA ZA 12-763)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
overwegende:
- dat Partijen besprekingen wensen aan te gaan over een mogelijke overdracht van door Overdragers gehouden activa en passiva
- dat Partijen te kennen hebben gegeven genoemde besprekingen en al hetgeen zij over en weer ter kennis van elkaar brengen geheim wensen te gehouden,
eerste grief in incidenteel appelis gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de enkele mededeling door [accountmanager van grondboringen en bronbemalingen] aan NIBE en [Installatietechniek] dat overnamegesprekken hebben plaatsgevonden reeds een schending van de geheimhoudingsovereenkomst inhoudt. [Groep] voert hieromtrent onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte de nadruk heeft gelegd op een taalkundige uitleg van de overeenkomst.
eerste grief in het incidenteel hoger beroepfaalt dan ook.
eerste grief in principaal hoger beroepals de
tweede grief in incidenteel hoger beroepis gericht tegen de hoogte van de door de rechtbank toegewezen boete, te weten € 10.000,00 per overtreding. [appellanten c.s.] voert aan dat voor matiging geen plaats is, [Groep] voert aan dat de boete moet worden gematigd tot nihil.
eerste grief in principaal hoger beroepslaagt in zoverre. De
tweede grief in incidenteel hoger beroepfaalt. Nu vaststaat dat [accountmanager van grondboringen en bronbemalingen] zowel aan [Installatietechniek] als aan [sales engineer van NIBE] heeft meegedeeld dat overnamebesprekingen hadden plaatsgevonden, heeft [Groep] in totaal een boete van € 50.000,00 verbeurd.
tweede grief in principaal hoger beroepslaagt. De proceskosten van de eerste aanleg worden als volgt begroot.
€ 3.621,00