ECLI:NL:GHSHE:2014:957

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
3 april 2014
Publicatiedatum
4 april 2014
Zaaknummer
20-000957-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vrijspraak witwassen vrouw van wijlen Aran de J.

In deze strafzaak stond de vrouw van wijlen Aran de J. terecht voor het ten laste gelegde feit van (gewoonte)witwassen. De rechtbank Oost-Brabant sprak haar vrij op 7 maart 2013. Het Openbaar Ministerie stelde hiertegen hoger beroep in met de vordering tot vernietiging van het vonnis en veroordeling tot een taakstraf, subsidiair hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof het onderzoek van de eerste aanleg overgenomen en kennisgenomen van de pleidooien van de advocaten-generaal en de verdediging. De verdediging voerde primair niet-ontvankelijkheid aan en subsidiair vrijspraak. Het hof oordeelde dat het niet-ontvankelijkheidsverweer niet gegrond was en dat er geen sprake was van een schending van het recht op een eerlijke behandeling, ondanks het niet nader onderzoeken van bepaalde creditcards.

Het hof sloot zich volledig aan bij de rechtbank en de argumenten van de verdediging, en vond dat de bewijsverweren van de raadsman doel troffen. De vorderingen van het Openbaar Ministerie werden verworpen en de vrijspraak werd integraal bevestigd. De verdachte werd daarmee definitief vrijgesproken van het ten laste gelegde witwassen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de vrijspraak van de verdachte voor witwassen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-000957-13
Uitspraak : 3 april 2014
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 7 maart 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ3456) in de strafzaak met parketnummer 01/889012-10 tegen de verdachte:

[D],

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboorteplaats 2] 1968,
wonende te [woonplaats], [adres].
Hoger beroep
Bij voormeld vonnis is de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit, te weten (gewoonte)witwassen.
De officier van justitie heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van advocaten-generaal mr. W.P.A. Korver en mr. C.T. Tjauw-Foe, alsmede van hetgeen door de verdachte en haar raadsman,
mr. C.A.D. Oomes, naar voren is gebracht.
De advocaten-generaal hebben gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en - opnieuw rechtdoende - het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaren.
De verdediging heeft primair bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de strafvervolging en subsidiair dat de verdachte integraal van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust, ook wat betreft de beslissing van de rechtbank ten aanzien van het niet-ontvankelijkheidsverweer van de verdediging.
De verdediging heeft het niet-ontvankelijkheidsverweer ter terechtzitting in hoger beroep opnieuw gevoerd, maar de daarvoor aangedragen gronden tasten de overwegingen van de rechtbank naar het oordeel van het hof niet aan. Ook bij gelegenheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is voor het hof niet aannemelijk geworden dat politie of justitie met het niet nader onderzoeken van de overige creditcards die door de vader van de verdachte (medeverdachte [D]) werden gebruikt, doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte tekort heeft gedaan aan het recht op een eerlijke behandeling van haar zaak.
In het feit dat het hof zich geheel verenigt met het vonnis van de rechtbank, ligt besloten dat de bewijsverweren van de raadsman doel treffen. Het hof verenigt zich geheel met het betoog van de raadsman strekkende tot vrijspraak van de gehele tenlastelegging, een betoog dat naar het oordeel van het hof niet is ontkracht door hetgeen de advocaten-generaal ter terechtzitting in hoger beroep hebben aangevoerd. De conclusie luidt dan ook dat de rechtbank de verdachte terecht van het ten laste gelegde heeft vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. N.J.L.M. Tuijn en mr. T.A. de Roos, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.P. Verhaegh en mr. H.M. Vos, griffiers,
en op 3 april 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.