ECLI:NL:GHSHE:2014:829
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg facultatief verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden en afwijzing incidentele vordering
In deze civiele zaak stond de uitleg van artikel 9.1 van de notariële akte met huwelijkse voorwaarden centraal. De vrouw, appellante in hoger beroep, stelde dat de rechtbank Limburg dit artikel onjuist had uitgelegd. Het hof overwoog dat de uitleg van een dergelijk beding een belangenafweging vergt en niet direct evident is, zodat geen sprake was van een juridische misslag.
De vrouw verzocht in een incident op grond van artikel 351 Rv Pro om een voorlopige voorziening vanwege haar financiële situatie en het risico van tenuitvoerlegging van het vonnis, dat haar tot betaling van een groot bedrag aan de man veroordeelde. Zij voerde aan dat de verkoop van haar woning, waarin het bedrag vastzit, lang op zich liet wachten en dat beslaglegging haar in financiële nood zou brengen.
Het hof oordeelde dat deze omstandigheden niet nieuw waren, aangezien de woning al sinds 2009 te koop stond en het beslag tijdens de eerste aanlegprocedure was gelegd. Ook het vermeende restitutierisico door mogelijke emigratie van de man was niet nieuw. Het belang van de man bij tenuitvoerlegging woog zwaarder dan het belang van de vrouw om uitstel te krijgen.
Daarom wees het hof de incidentele vordering af en veroordeelde de vrouw in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor beraad, waarbij verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: De incidentele vordering wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor beraad.