Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
(hierna “[appellant]”,)
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure vorderde appellant de herroeping van een eerder arrest van het hof, stellende dat geïntimeerde bedrog had gepleegd door het late overleg van een deskundigenrapport. Appellant betoogde dat hij hierdoor onvoldoende gelegenheid had om adequaat te reageren, wat de grond zou vormen voor herroeping op grond van artikel 382 Rv Pro.
Het hof stelde vast dat de herroepingsvordering buiten de wettelijk gestelde termijn van drie maanden was ingesteld, aangezien het arrest was gewezen op 18 december 2012 en de dagvaarding tot herroeping pas op 19 juni 2013 werd uitgebracht. Hierdoor was appellant niet ontvankelijk.
Daarnaast oordeelde het hof dat de stellingen van appellant niet konden leiden tot de conclusie dat er sprake was van bedrog, omdat de feiten waarop appellant zich baseerde al kenbaar waren tijdens de hoger beroepsprocedure en het herroepingsmiddel niet kan worden gebruikt om reeds bestaande bezwaren alsnog aan te voeren.
Het hof veroordeelde appellant in de kosten van de procedure en wees de vordering tot herroeping af.
Uitkomst: Appellant wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot herroeping wegens overschrijding van de termijn en ontbreken van bedrog.