Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [bewindvoerder], hierna te noemen: de bewindvoerder.
- [appellant] is, met bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen.
3.De beoordeling
FDH Webservices / de heer [appellant]. Schuldenaar heeft zijn stelling dat [X.] de verplichtingen als huurder uit deze overeenkomst heeft overgenomen en Inbev daarmee uitdrukkelijk akkoord is gegaan, onder meer onderbouwd met te verwijzen naar de e-mails deel uitmakende van productie 6 bij voormelde conclusie van antwoord. Voor het geval deze mails al mochten indiceren dat [X.] als huurder dient te worden aangemerkt, blijkt daar naar het oordeel van de rechtbank niet uit dat schuldenaar in persoon geen huurder meer is. De rechtbank houdt het er dan ook voor dat schuldenaar (mede)aansprakelijk is voor de nieuwe schuld van € 11.380,92. (…)