Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
,hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak hebben curatoren in het faillissement van de vader hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kantonrechter die een bijzondere curator benoemde over de minderjarige kinderen van de vader en moeder. De curatoren wilden als belanghebbenden worden erkend en een andere bijzondere curator benoemd zien, omdat zij onderzoek wilden doen naar een vermoedelijke schenkingsconstructie tussen de vader en zijn kinderen.
De moeder heeft verweer gevoerd en de curatoren niet-ontvankelijk verklaard zien worden. Tijdens de mondelinge behandeling stond de ontvankelijkheid van de curatoren centraal. Het hof heeft vervolgens overwogen dat de benoeming van een bijzondere curator een inmenging is in het ouderlijk gezag en rechtstreeks betrekking heeft op de rechten en verplichtingen van de gezaghebbende ouders, niet op die van de curatoren.
De curatoren hebben geen gezag over de minderjarige kinderen en geen recht om hen te vertegenwoordigen, waardoor zij niet als belanghebbenden in de zin van artikel 798 lid 1 Rv Pro kunnen worden beschouwd. Het belang van de curatoren bij het ordentelijk afwikkelen van het vermogen van de vader en het maatschappelijk belang dat zij stellen te dienen, leidt niet tot een andere conclusie. Daarom verklaart het hof de curatoren niet-ontvankelijk en ziet af van benoeming van een opvolgend bijzondere curator.
Uitkomst: De curatoren worden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen de benoeming van een bijzondere curator over de minderjarige kinderen.