Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer C/01/274737 / KG ZA 14-110)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
“
Huurovereenkomst Begeleid Wonen 3 partijen constructie(…)Overwegende dat(…)Deze huurovereenkomst onlosmakelijk is verbonden met de woonbegeleidingsovereenkomst tussen de hulpverlenende instelling en de huurder in dat verband geheten “cliënt-bewoner” en welke overeenkomst als bijlage aan deze huurovereenkomst is toegevoegd en welke onderdeel uitmaakt van deze huurovereenkomst;De woonbegeleidingsovereenkomst, waarin begeleiding belangrijker is dan huren, zonder die begeleiding het bewonen van de woonruimte door huurder niet mogelijk is en huurder geen aanspraak kan maken op huurbescherming;Wanneer de huurder zich niet houdt aan de afspraken uit de woonbegeleidingsovereenkomst, de hulpverlenende instelling eenzijdig de woonbegeleidingsovereenkomst kan beëindigen en de verhuurder tot ontbinding van deze huurovereenkomst zal overgaan;(…)De bestemming van de woning uitsluitend de bestemming heeft van woonruimte die middels een woonbegeleidingsovereenkomst tussen hulpverlenende instelling en cliënt-bewoner kan worden bewoond;Het bewonen van de woning zonder woonbegeleiding of een woonbegeleidingsovereenkomst wordt gezien als strijd met het recht;(…)Artikel 10: Aanvullende Pro bepalingen(…)Beëindiging van de woonbegeleidingsovereenkomst biedt grond voor het ontbinden van deze huurovereenkomst. Een beroep op huurbescherming is in die situatie in strijd met redelijkheid en billijkheid c.q. kan worden beschouwd als misbruik van recht.(…)”.
“3 partijen-Begeleidingsovereenkomst(…)Overwegende dat(…)- deze woonbegeleidingsovereenkomst onlosmakelijk is verbonden met de nog te sluiten huurovereenkomst tussen de corporatie en de cliënt in dat verband alsdan geheten “huurder” en waarbij deze overeenkomst als bijlage aan die huurovereenkomst wordt toegevoegd en welke integraal onderdeel uitmaakt van die huurovereenkomst;- zonder woonbegeleiding het bewonen van woonruimte door cliënt niet mogelijk is en cliënt geen aanspraak kan maken op huurbescherming;- wanneer de cliënt zich niet houdt aan de afspraken uit deze woonbegeleidingsovereenkomst, de woonbegeleider eenzijdig deze woonbegeleidingsovereenkomst kan beëindigen en de corporatie tot ontbinding van de huurovereenkomst zal overgaan zonder recht op vervangende woonruimte.(…)”.
Aangezien Woonbedrijf de woning nodig heeft voor andere huurders heeft zij een spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen. Indien de primaire vordering wordt afgewezen, heeft zij er belang bij dat aan [geïntimeerde] een gebod tot het staken van overlast wordt opgelegd, op verbeurte van een dwangsom.
4.De uitspraak
A.R. Autar en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 2 december 2014.