Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1],wonende te [woonplaats],
[geïntimeerde 2],wonende te [woonplaats],
5.Het verloop van de procedure
6.De gronden van het hoger beroep
7.De beoordeling
- € 98.655,15 in hoofdsom;
- € 1.785,00 aan buitengerechtelijke kosten;
- de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over de oorspronkelijke hoofdsom ad
‘Ik zou niet weten waarvoor het anders gebruikt is’. Deze verklaring kan echter niet worden beschouwd als een voldoende onderbouwing van zijn vordering. Voorts is nog van belang dat [geïntimeerde 1] ook ten aanzien van de onderhavige twee facturen van Bouwmaat heeft aangevoerd dat deze dateren van januari 2006, terwijl de bouw van de woning pas in maart 2006 is gestart. Ook hier geldt dat de niet op de onderhavige zaak toegespitste stelling dat het niet ongebruikelijk is om zaken aan te schaffen met het oog op een toekomstige verbouwing, niet kan worden aangemerkt als een voldoende concrete onderbouwing van de stelling dat de onderhavige materialen waren bestemd voor de woning van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2].
‘ervoor te zorgen dat uw cliënt de notaris binnen heden en 10 dagen opdracht geeft om dit bedrag vanuit het depot aan mijn cliënte te voldoen’geen aanmaning betreft zoals bedoeld in artikel 6:82 lid 1 BW Pro.