Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Maatschap [maatschap],
14.Het verloop van de procedure
- de memorie na enquête en contra-enquête van de Tuinders en [geintimeerde 8.] BV, met producties;
- de memorie na bewijslevering tevens houdende uitlating na tussenarrest van [appellant] met producties.
15.De verdere beoordeling
[geintimeerde 4.] BV, Tuinbouwbedrijf [tuinbouwbedrijf] BV, [geintimeerde 6.] BV, [geintimeerde 7.] BV, [geintimeerde 9.] (hierna ook: de zes Tuinders)
We hebben als groep geconstateerd dat we zouden doorgaan met leveren en dat we zouden teruggaan voor een tweede bespreking met Rova. Tijdens die vrijdagavond zijn de cijfers uit de Kolommenbalans aan de orde gekomen, dit was het enige waar we een besluit op konden nemen. Op die vrijdagavond hebben we dus de beslissing genomen door te gaan leveren.(…)
De bankgarantie speelde voor mij geen rol in die zin dat het besluit tot doorleveren door mij al was genomen. De bankgarantie kwam er extra bij.(…)
Als u mij vraagt of ik had doorgeleverd als de Kolommenbalans een verlies van Rova van € 300.000,-- had laten zien, antwoord ik dat ik dan niet had doorgeleverd. Er is niets vervelender als leverancier van dagversproducten om tijdens het seizoen met je rug tegen de muur te staan en een andere afnemer te moeten zoeken, dat geeft een moeilijke onderhandelingspositie. (…)”
Je kunt ook niet zomaar stoppen met levering omdat de spullen bederfelijk zijn. Je zou dan direct een andere afnemer moeten hebben en dat gaat niet zomaar want die zou er ook meteen weer klanten voor moeten hebben. Wij hadden ook een leveringsplicht en ik had er vertrouwen in dat het goed zou komen. (…)”
In de periode in de zomer dat het niet goed meer ging is er tussen de tuinders veel telefoon verkeer geweest over het feit dat het geld van Rova niet meer binnenkwam. (…)
Ik heb niet met de tuinders gesproken over het verband tussen een bankgarantie en het al dan niet gaan doorleveren aan Rova. De bankgarantie stond daar los van, zeker omdat ik heb begrepen dat het een aanbod van [appellant] zelf was.
Voorts is de tweede getuigenverklaring van [appellant] onvoldoende specifiek over het verband tussen doorlevering, de Kolommenbalans en de bankgaranties. Deze verklaring legt dus onvoldoende gewicht in de schaal om af te doen aan het oordeel in 15.4.13.