Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de man],wonende te [woonplaats],
[de vrouw],wonende te [woonplaats],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak staat centraal of een huurovereenkomst, die onbevoegd is aangegaan door een vertegenwoordiger zonder volmacht, toch geldig is bekrachtigd door de vermeende huurder. De huurovereenkomst betrof bedrijfsruimte en was gesloten tussen de verhuurder en de vennootschap onder firma Eggiedoll, vertegenwoordigd door een zaakvoerder die geen volmacht had.
De kantonrechter stelde vast dat de huurovereenkomst onbevoegd was aangegaan, maar dat de verhuurder mocht vertrouwen op bekrachtiging door nakoming, zoals het inschrijven van het bedrijf op het gehuurde adres en het betalen van huurpenningen. Het hof bevestigt dit oordeel en acht voorshands bewezen dat de verhuurder gerechtvaardigd mocht vertrouwen op bekrachtiging door de betaling van huur over meerdere maanden.
De appellanten voerden tegen dat de zaakvoerder persoonlijk huurder was en dat er sprake was van een schijnconstructie vanwege zijn persoonlijke faillissementssituatie. Het hof oordeelt echter dat deze stellingen onvoldoende bewijs bieden om het gerechtvaardigd vertrouwen van de verhuurder te ontkrachten en staat toe dat tegenbewijs wordt geleverd, onder meer door getuigenverhoor.
De verdere beslissing wordt aangehouden om het bewijs te kunnen horen. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2014.
Uitkomst: Het hof acht voorshands bewezen dat de huurovereenkomst is bekrachtigd door nakoming en staat tegenbewijs toe.