Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/03/163814 HA ZA 11-660)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
- 4.een verklaring voor recht dat het door [appellant] en [gedaagde] in de drie jaren voorafgaande aan het faillissement gevoerde bestuur kennelijk onbehoorlijk was en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement, zodat zij jegens de curator ex artikel 2:248 Burgerlijk Pro Wetboek aansprakelijk zijn voor de volledige schulden van Cable Concepts en/of GPM Textiles, voor zover die niet door vereffening van de baten kunnen worden voldaan, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
- een verklaring voor recht dat het handelen van [appellant] en [gedaagde] een onrechtmatige daad is jegens de gezamenlijke schuldeisers en de vennootschappen, zodat [appellant] en [gedaagde] jegens de curator hoofdelijk ex artikel 6:162 BW Pro aansprakelijk zijn voor de volledige schulden van Cable Concepts en/of GPM Textiles, voor zover die niet door vereffening van de baten kunnen worden voldaan, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en
- hoofdelijke veroordeling van [appellant] en [gedaagde] tot betaling van een voorschot van € 50.000,-, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, bij wijze van voorschot op het te vergoeden faillissementstekort van Cable Concepts en/of GPM, te vermeerderen met wettelijke rente.
Subsidiair:
- hoofdelijke veroordeling van [appellant] en [gedaagde] tot betaling van een voorschot van € 50.000,-, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, bij wijze van voorschot op de te vergoeden schade die door Cable Concepts en/of GPM en haar gezamenlijke crediteuren werd geleden als gevolg van het tekortschieten in de uitoefening van de bestuurstaak en het onrechtmatig handelen van [appellant] en [gedaagde], te vermeerderen met wettelijke rente.
- hoofdelijke veroordeling van [appellant] en [gedaagde] in de buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en in de proceskosten met inbegrip van de nakosten.
5.De uitspraak
- in eerste aanleg op: € 800,-- aan verschotten en € 1.788,-- aan salaris advocaat; en
- in hoger beroep op: € 775,82 aan verschotten en € 4.893,-- aan salaris advocaat; en
- voor wat betreft de nakosten op € 131,-- indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 191,-- indien niet binnen de in dit arrest bepaalde termijn is voldaan aan de uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden