Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1],wonende te [woonplaats] (Limburg),
[geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats],
[geïntimeerde 3],
[geïntimeerde 4],
[geïntimeerde 5],
[geïntimeerde 6],
[geïntimeerde 7],
[geïntimeerde 8],
[geïntimeerde 9],
[geïntimeerde 10],
wonende te [woonplaats],
5.Het verloop van de procedure
6.De verdere beoordeling
ten overstaan van mij verklaard heeft, aan zijn zus, mevrouw [appellante](appellante, opmerking hof)
, de investeringen door haar gedaan in zijn woning, te willen vergoeden.”
“Omdat [appellante]([appellante], opmerking hof)
en [geïntimeerde 5] op relatief goede voet met elkaar stonden, hebben zij in onderling overleg gesproken over een bedrag dat [appellante] aan vergoeding zou ontvangen vanwege de beweerdelijk door haar in de woning geïnvesteerde bedragen.”
“Het klopt dat er een soort overeenkomst is gesloten onder leiding van [notaris 2.]. [notaris 2.] heeft die regeling door de strot van [geintimeerde 1 c.s.] geduwd. Nadat [geintimeerde 1 c.s.] getekend hadden, kregen zij pas de stukken die zagen op de verbouwingskosten.”
welke, samen met een verklaring van zuivere aanvaarding van de nalatenschap, is verstuurd naar alle erfgenamen over de uitkomst van de besprekingen met de heer [geïntimeerde 5] enerzijds en zijn zus, mevrouw [appellante] anderzijds inzake de vaststelling van de hoogte van de vordering van mevrouw [appellante] op de nalatenschap, te weten € 27.000,00.