ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8525
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden
- M.J.H.A. Venner-Lijten
- R.R.M. de Moor
- Rechtspraak.nl
Bewijswaardering en afwijzing geldlening tussen appellant en notarissen
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of een bedrag van €7.500 dat door de notarissen aan appellant was betaald, een geldlening betrof. Het hof heeft uitgebreid bewijs onderzocht, waaronder getuigenverklaringen van notarissen en een accountant, schriftelijke stukken en een kwitantie. Hoewel het bedrag in de boekhouding als vordering was opgenomen, oordeelde het hof dat dit geen voldoende bewijs vormde voor een geldlening.
Appellant voerde aan dat het bedrag verband hield met een discussie over niet volledig uitbetaald salaris tijdens arbeidsongeschiktheid en re-integratie. Deze uitleg werd ondersteund door verklaringen en producties, waaronder berekeningen van het vermeende salarisverschil. Het hof concludeerde dat het bedrag van €7.500 eerder een verrekening betrof dan een lening, mede omdat er geen overeenstemming was over bruto/netto bedragen en de context van de betaling.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep voor zover het de proceskosten in reconventie betrof en wees de vordering van de notarissen af. Het vonnis werd verder bekrachtigd, met uitzondering van de proceskostenbeslissing in conventie. De notarissen werden veroordeeld in de proceskosten van eerste aanleg en incidenteel appel, terwijl de kosten van principaal appel werden gecompenseerd. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en op 23 april 2013 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van de notarissen tot geldlening wordt afgewezen; het vonnis omtrent kennelijk onredelijk ontslag wordt grotendeels bekrachtigd.