ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ7936
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen rechtsgeldige ingebrekestelling bij opeising kredietovereenkomsten
LaSer Nederland B.V. vorderde in hoger beroep betaling van openstaande bedragen uit twee kredietovereenkomsten met [geïntimeerden] c.s., waaronder een creditcardovereenkomst van 1 november 2006 en een doorlopend krediet van 20 november 2007. LaSer stelde dat [geïntimeerden] c.s. meer dan twee maanden in gebreke waren en dat zij hen rechtsgeldig in gebreke had gesteld, waarna de volledige saldi opeisbaar waren geworden.
Het hof oordeelde dat hoewel sprake was van achterstanden van meer dan twee maanden, de ingebrekestellingen die LaSer overlegd had niet voldeden aan de vereisten van artikel 33 Wck Pro. De brieven ontbraken aan een duidelijke specificatie van de achterstand en een redelijke termijn voor nakoming, waardoor zij niet als rechtsgeldige ingebrekestellingen konden worden aangemerkt.
Daarnaast was de vordering uit de overeenkomst van 1 november 2006 jegens [geïntimeerde sub 2.] onvoldoende onderbouwd, omdat deze overeenkomst slechts door [geïntimeerde sub 1.] was ondertekend en niet was toegelicht waarom ook [geïntimeerde sub 2.] hoofdelijk aansprakelijk zou zijn.
Daarmee faalden de grieven van LaSer en werd het bestreden verstekvonnis van de rechtbank bekrachtigd, met veroordeling van LaSer in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van LaSer af wegens ontbreken van een rechtsgeldige ingebrekestelling.