ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ0852
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden
- A.E. Bos
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid werkgever voor beroepsziekte longfibrose en OPS
Appellant, werkzaam als monteur bij Robert Bosch van 1971 tot 2001, stelde dat hij door zijn werkzaamheden beroepsziekten had opgelopen, te weten longfibrose en Organisch Psychosyndroom (OPS). Hij vorderde een verklaring voor recht van aansprakelijkheid van Robert Bosch en een voorschot op schadevergoeding.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn aandoeningen verband hielden met zijn werkzaamheden. Het hof bevestigt dit oordeel na uitgebreide beoordeling van medische rapporten en deskundigenonderzoek. Hoewel appellant aan longfibrose lijdt, kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat deze is veroorzaakt door blootstelling aan toxische stoffen tijdens het werk. Voor OPS ontbrak zelfs bewijs van het bestaan van de aandoening.
Het hof benadrukt dat appellant de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat schadelijke blootstelling heeft plaatsgevonden en dat deze tot zijn klachten heeft geleid. De deskundigenrapporten tonen aan dat blootstelling onder de geldende MAC-waarden lag en dat Robert Bosch zich aan de arbowetgeving heeft gehouden. De stellingen van appellant blijven daarom onvoldoende onderbouwd. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende aannemelijkheid van een verband tussen ziekte en werk.