Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[Technische dienst] Technische Dienst B.V.,
1.[geintimeerde 1.],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. C/01/259903/KG ZA 13-136)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
vasteprijs). Tussen partijen is evenmin in geschil dat [geintimeerde 1.] en [geintimeerde 2.] ten behoeve van de uitvoering van bedoelde projecten personeel en materiaal ter beschikking hebben gesteld en dat facturering diende plaats te vinden op basis van door [appellanten] af te geven verbonningsbonnen. De werkwijze tussen partijen was, zoals vermeld hiervoor in 4.1.3, aldus dat [geintimeerde 1.] en [geintimeerde 2.] hun werkbonnen lieten aftekenen door (de uitvoerder van) [Bouwbedrijf] en dat op basis van deze afgetekende werkbonnen [appellanten] door haar geaccordeerde verbonningsbonnen aan [geintimeerde 1.] en [geintimeerde 2.] verstrekte, op basis waarvan de facturen vervolgens konden worden opgemaakt. [geintimeerde 1.] en [geintimeerde 2.] hebben de verbonningsbonnen, conform de op deze bonnen vermelde instructie (“
Zonder bon geen betaling!”), steeds bij de facturen gevoegd.