Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geintimeerde 1.],wonende te [woonplaats],
[geintimeerde 2.],wonende te [woonplaats],
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 198948/HA ZA 09-2073)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
[getuige 1.](hierna: [getuige 1.]) heeft verklaard dat hij in 2005 en begin 2006 heeft gewerkt op het kantoor van AVT. Dit was een bedrijf waarvan onder andere [appellant] en [geintimeerde 1.] eigenaar waren. Vervolgens heeft [getuige 1.] onder meer het volgende verklaard:
[getuige 2.](hierna: [getuige 2.]) heeft verklaard dat zij van 1995 tot 1 mei 2009 in dienst is geweest van twee vennootschappen waarvan [geintimeerde 1.] en [appellant] de eigenaren waren. Zij heeft voorts verklaard dat gedurende een bepaalde periode kantoor werd gehouden in één kantoorruimte, zodat zij alle daar gevoerde gesprekken kon volgen, hoewel zij daar niet aan deelnam. Volgens de verklaring van [getuige 2.] heeft zij diverse gesprekken bijgewoond tussen [geintimeerde 1.], [appellant] en [geintimeerde 2.] en is zij in het kader van de oprichting van TMT Ltd ook tweemaal met hen naar [plaats] gereisd. Zij heeft voorts als volgt verklaard:
[getuige 3.](hierna: [getuige 3.]) was de accountant van Tarpol, een bedrijf waarin [appellant] en [geintimeerde 1.] samenwerkten. Hij heeft verklaard dat hij hen één keer per jaar tijdens een bijeenkomst sprak en ook wel telefonisch en dat hij [geintimeerde 2.] nooit heeft ontmoet. Voorts heeft hij onder andere het volgende verklaard:
“het manco van [geintimeerde 2.]”.Dit wijst op (problemen met nakoming van) een verdere investeringsverplichting van [geintimeerde 2.], boven de al geïnvesteerde