Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
de vennootschap naar Deens recht Eurostar 25 Denmark ApS,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant, curator in een Deense faillissementszaak, stelde hoger beroep in tegen Eurostar 25 Holding B.V. bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Het griffierecht voor het hoger beroep werd echter niet binnen de wettelijk gestelde termijn van vier weken na aanbrengen voldaan, maar twee dagen te laat betaald.
Appellant beriep zich op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv en op artikel 6 EVRM Pro, stellende dat niet-ontvankelijkheid disproportioneel zou zijn en het recht op toegang tot de rechter onnodig zou worden beperkt. Het hof oordeelde dat de advocaat van appellant verantwoordelijk is voor tijdige betaling en dat de overschrijding van twee dagen onvoldoende is om van een onbillijkheid van overwegende aard te spreken.
Het hof benadrukte dat griffierechten een gerechtvaardigd doel dienen en dat beperking van toegang tot de rechter niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro zolang de kern van het recht niet wordt aangetast. Het beroep op eerdere soepelere jurisprudentie en het aangekondigde landelijke rekening-courantsysteem faalde eveneens.
Geïntimeerde werd ontslagen van deze instantie en appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen wegens te late betaling van griffierechten zonder toepassing van de hardheidsclausule.