Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
10.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 19 juni 2012;
- de akte verklaringen houdende tegenbewijs van 17 juli 2012;
- de antwoordakte naar aanleiding van de akte verklaringen houdende tegenbewijs van 20 november 2012 (deze akte is ingediend nadat een eerdere akte wegens bezwaar van [geïntimeerde] niet is genomen en maakt, anders dan [appellant] stelt, deel uit van de processtukken);
- het proces-verbaal van de enquête van 27 september 2012;
- het proces-verbaal van de contra-enquête van 27 februari 2013;
- de memorie na enquête van 16 april 2013 met een productie;
- de antwoordmemorie na enquête tevens houdende vermeerdering van eis, met productie
- de akte naar aanleiding van de antwoordmemorie na enquête tevens houdende vermeerdering van eis.
11.De verdere beoordeling
(i) dat er op 1 juli 2009 daadwerkelijk sprake is geweest van een dermate geëscaleerde ruzie dat [appellant] [geïntimeerde] heeft bedreigd met fysiek geweld als ze het Document niet zou ondertekenen en/of
(ii) dat [appellant] beschikte over de telefoon van [geïntimeerde] en/of
(iii) dat [geïntimeerde] van [appellant] afhankelijk was om van het door haar vader op de rekening van [appellant] gestorte geld tickets naar Nederland te kunnen kopen.;
- dat de vader diverse zaken voor [geïntimeerde] en [appellant] betaalde,
- dat de vader in totaal € 26.000,-- voor de reis naar en het verblijf in India beschikbaar heeft gesteld aan [geïntimeerde] en
- dat genoemd bedrag ruim voldoende zou moeten zijn, zeker gelet op de in India geldende levensstandaard,