Uitspraak
6.Het arrest van 18 december 2012
7.Het geding in verzet
d 1)
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Huurder verhuurde sinds 1982 een woning van de gemeente Eindhoven. In 2010 trof de politie in de woning meer dan 22 kilo gedroogde hennep, een niet meer in werking zijnde hennepkwekerij op zolder en tien hennepplanten in de tuin aan. De gemeente vorderde daarop ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning omdat huurder niet als goed huurder had gehandeld.
De kantonrechter wees de vordering in eerste aanleg af vanwege onvoldoende ernst van de tekortkomingen en het lange wachten van de gemeente met de procedure. Het hof stelde in een verstekarrest echter vast dat de aanwezigheid van hennep en kwekerij een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst oplevert en dat het woonbelang van huurder niet opweegt tegen deze tekortkoming. De ontbinding en ontruiming werden daarom toegewezen.
Huurder stelde in verzet dat er geen werkende hennepkwekerij was aangetroffen en dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder medische problemen en langdurig huurderschap, ontbinding onredelijk maken. Het hof oordeelde dat uit het proces-verbaal blijkt dat er wel degelijk een hennepkwekerij was, zij het niet meer in werking, en dat de persoonlijke omstandigheden onvoldoende zwaarwegend zijn om de ontbinding te voorkomen.
Het hof verklaarde het verzet ongegrond, bekrachtigde het verstekarrest en veroordeelde huurder in de kosten van de verzetprocedure. De ontruimingstermijn van één maand bleef van kracht, zonder machtiging tot zelfuitvoering door de gemeente.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het verstekarrest en wijst het verzet van huurder af, waardoor de huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming wordt bevolen.