Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 110388/HA ZA 04-1047)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven inhoudende 31 grieven, een gewijzigde eis en 22 producties
- de memorie van antwoord met drie producties (genummerd 58 t/m 60);
- de pleidooizitting op 25 april 2013, waarop partijen in onderling overleg hebben verzocht het pleidooi op een nadere datum te laten plaatsvinden, waarna het hof de zaak heeft aangehouden tot 16 mei 2013;
- het pleidooi op 16 mei 2013 waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de door [Foods] op voorhand toegezonden producties (genummerd 70 t/m 80 waarbij twee verschillende producties aanvankelijk zijn genummerd 75, later 75a en 75b), bij H 12 formulier ingediend en op 1 mei 2013 ter griffie van het gerechtshof binnengekomen, die [Foods] bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht;
- de brief van mr. Geerts van 17 mei 2013 waarbij hij, zoals ter zitting van 16 mei 2013 is besproken, een afschrift heeft gevoegd van de notities van zijn hand die bij de in eerste aanleg op 5 maart 2009 gehouden comparitie van partijen waren overgelegd, welke ontbraken in het ten behoeve van het pleidooi in hoger beroep overgelegde procesdossier.
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
T.Z.M. Bier. B”c.q. “
Tzm/BB” (hof: tarwezetmeel en bierbostel)
voedermiddel/japanstandaard/G.M.P. erkend”.
U vraagt mij hoe de afname van het suikerwater afkomstig van Bioland tot stand is gekomen.Voor zover ik me kan herinneren ben ik door een van de gebroeders [Gebroeders] telefonisch benaderd.(…) Tijdens dit telefonisch onderhoud is mij een partij hoogwaardig suikerwater aangeboden. (…) Uiteindelijk heb ik telefonisch een aantal proefvrachten gekocht.(…) Om te stoppen met de afname van het suikerwater (…) aantal oorzaken ten grondslag. Vanwege GMP-erkenning kon ik het product niet in het handboek opnemen. [Gebroeders] zou een analyse aanleveren van het suikerwater. Hierin is hij in gebreke gebleven. Een andere oorzaak was dat de chauffeurs in[vestigingsplaats 4.](hof: vestigingsplaats Bioland in België)
te lang moesten laden. (…) Vanuit het kantoor hier hebben de chauffeurs de opdracht gehad om het suikerwater te laden in [vestigingsplaats 4.]. Vanuit het kantoor hier is ook aangegeven dat er gelost diende te worden bij Genubo B.V. in [vestigingsplaats 1.]. (…)
(…) Mijn verdere rol bij deze vier vrachten is: dat ik de chauffeurs [chauffeur 1.] en [chauffeur 2.] opdracht heb gegeven te laden in België bij Bioland. [directeur/enig aandeelhouder van Genuva Holding] had mij gevraagd dit te regelen. (…) We hebben besloten deze vrachten buiten [Foods] om te laten gaan, omdat het geen GMP waardig product was en omdat Bioland geen GMP erkend bedrijf was. Ze zijn daarom op een ritstaat van Genuva B.V. gezet. (…) De vrachten die in [vestigingsplaats 1.] terecht zijn gekomen zijn in de stallen van Genubo gelost dit is de [vestigingsadres 3.]-[vestigingsadres 4.]-[vestigingsadres 5.]. Ze zijn zeker niet bij [Foods] [vestigingsadres 1.] te [vestigingsplaats 1.] gelost. (…)
ingevuld. De silo’s die op deze opslagstaat staan zijn silo’s van [Foods]. Ik kan niet verklaren waarom er bij leverancier Bioland staat en bij product suikerwater. (…) De paraaf linksboven is die van [kwaliteitsmanager van foods] de kwaliteitsmanager van [Foods].(…)”
De eerste vracht van Bioland is half april hier genomen, dan bedoel ik op het varkensbedrijf[het hof begrijpt: Genubo B.V.].
Er is toen in bunker 5 gelost (…) De tweede en derde vracht suikerwater van Bioland zijn ook gelost in bunker 5. Op 25 april 2002 heb ik voer uit bunker 5 van het varkensbedrijf naar bunker 1 en 2 bij [Foods] Foods gepompt. Een dag later (…) heb ik het teruggepompt naar bunker 5 van het varkensbedrijf.”
Ik ben bedrijfsleider in dienst van Genubo BV. (…) [Foods] Foods bevindt zich op hetzelfde erf. Bij [Foods] Foods maken wij een voormengsel. (…) In april 2002 liep een bunker van Genudodoor gisting van het zich daarin bevindende voer over. Ik heb dat voer toen door een zich tussen Genubo en [Foods] Foods bevindende leiding overgepompt naar een voorraadbunker van [Foods] Foods. (…) Eén of twee dagen later heb ik het voer weer teruggepompt. Daarna is de voorraadbunker van [Foods] Foods met water schoongemaakt. De bunker is op het oog schoongemaakt. (…)
Handboek [Foods] Foods BV”en rechtsboven “
OPSLAGSTAAT”, en waaronder – voor zover zichtbaar op de overgelegde kopie - 16 kolommen zijn opgenomen met als kop “
Datum”, “
Naam leverancier/afnemer”, “
Produkt” en daarna Silo’s 1, 2 en 3 en tanks 1 t/m 10. Bij de datum 25 april staat onder naam leverancier “
Bioland”, onder produkt “
suikerwater” en zijn daarbij in de kolommen Tank 1 en Tank 2 de letters “
lo” vermeld, hetgeen blijkens een toelichting van de zijde van [Foods] tijdens het pleidooi in hoger beroep betekent “lossen”, dus dat er in die tanks gelost is.
[Foods] Foods”, “
[vestigingsplaats 1.]” en “
[vestigingsadres 1.]”. Daarachter staan genoemde monsternummers van het Rikilt met daaraan gekoppeld genoemde drie producten (tarwezetmeel, Porkermix en suikerwater). Alle drie de monsters werden positief op MPA bevonden. De aangetroffen MPA-gehaltes waren 16 (tarwezetmeel), 4244 (Porkermix) en 14482 (suikerwater) mg/kg.
nietde MPA besmetting hebben veroorzaakt. Er bestaat nog onvoldoende zicht op de exacte samenstelling (welke producten, welk percentage) van het door [Varkensbedrijf 1.] in april en mei 2002 gemaakte brijvoer en van de leveranciers van die overige ingrediënten en van de data van levering daarvan aan [Varkensbedrijf 1.]. De door [nutritionist bij CEHAVE] bij de AID en als getuige in eerste aanleg afgelegde verklaring ondersteunt wel de stelling van [Varkensbedrijf 1.] dat de overige ingrediënten niet de oorzaak van de MPA besmetting waren, maar is als enig bewijs onvoldoende. In dat verband is van belang dat [nutritionist bij CEHAVE]bij CeHaVe werkzaam is (althans in ieder geval in die periode was), CeHaVe leverancier was van een aanvullend pakket ingrediënten voor het brijvoer van [Varkensbedrijf 1.] en dat het door [nutritionist bij CEHAVE] kennelijk opgemaakte schema van aan [Varkensbedrijf 1.] geleverde producten en door welke leveranciers, bij de stukken ontbreekt. Verder heeft [Varkensbedrijf 1.] gesteld dat uit onderzoeken van de AID en de Productschappen [Foods] als enige bron van de MPA verontreiniging van het door [Varkensbedrijf 1.] en [Varkensbedrijf 2.] aan hun varkens toegediende brijvoer naar voren kwam, maar de stukken met betrekking tot die onderzoeken en de resultaten ervan zijn niet overgelegd.