ECLI:NL:GHSHE:2012:BW8104
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- O.M.J.J. van de Loo
- A.M.G. Smit
- M. Rutgers
- Rechtspraak.nl
Toepassing Terugkeerrichtlijn bij vervolging wegens overtreden ongewenstverklaring vreemdeling
De zaak betreft een hoger beroep tegen een veroordeling wegens het verblijven in Nederland terwijl verdachte ongewenst was verklaard op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Het hof onderzoekt de betekenis van de Europese Terugkeerrichtlijn voor de strafbaarheid en strafoplegging bij overtreding van artikel 197 Wetboek Pro van Strafrecht.
Het hof stelt vast dat de Terugkeerrichtlijn onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is en dat deze richtlijn ook van toepassing is op strafzaken waarin het verblijf in strijd met een terugkeerbesluit wordt vervolgd. De ongewenstverklaring geldt als een terugkeerbesluit met inreisverbod. De duur van het inreisverbod wordt beoordeeld volgens de minst strenge regeling, hier vijf jaar volgens de richtlijn.
Hoewel verdachte op 11 augustus 2010 illegaal verbleef, is niet aannemelijk dat de terugkeerprocedure volledig is doorlopen. De verdachte is meermalen in vreemdelingenbewaring geplaatst maar heeft Nederland nog niet definitief verlaten. Het hof concludeert dat strafrechtelijke sancties pas mogen worden opgelegd nadat de terugkeerprocedure zonder succes is doorlopen, conform de richtlijn en jurisprudentie van het Hof van Justitie.
Daarom verklaart het hof het bewezen verklaarde strafbaar, maar legt geen straf of maatregel op. De eerdere veroordeling wordt vernietigd en verdachte wordt vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt strafbaar verklaard maar er wordt geen straf of maatregel opgelegd vanwege niet volledig doorlopen terugkeerprocedure.