ECLI:NL:GHSHE:2012:BW4184
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- N.J.M. van Etten
- B.A. Meulenbroek
- I.B.N. Keizer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoedingsrecht en verdeling gemeenschappelijke woning bij beëindiging samenwoning
Partijen hadden een samenlevingscontract gesloten en gezamenlijk een woning gekocht, waarin zij kortstondig samenwoonden. Na hun uiteengaan bleef de geïntimeerde in de woning wonen, waarna geschillen ontstonden over de financiële afwikkeling. De rechtbank Breda had hierover reeds een vonnis gewezen, waartegen beide partijen hoger beroep instelden.
In hoger beroep stonden vier hoofdpunten centraal: de waarde van de woning, het vergoedingsrecht van geïntimeerde voor investeringen met privé-geld in de woning, het vergoedingsrecht voor investeringen in de aankoop van een auto door appellante, en de verdeling van de inboedel. Het hof stelde vast dat de waarde van de woning € 210.000,- bedraagt, gebaseerd op een recent en deugdelijk taxatierapport.
Het hof oordeelde dat geïntimeerde recht heeft op vergoeding van € 17.612,- voor aantoonbare investeringen in de woning met privé-middelen, en dat appellante dit bedrag moet betalen met wettelijke rente. Voor de auto stelde het hof vast dat geïntimeerde recht heeft op vergoeding van het volledige bedrag van € 9.500,- dat hij had betaald. De vordering van appellante tot vergoeding van inboedel werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bepaalt een woningwaarde van €210.000,-, kent geïntimeerde een vergoeding van €17.612,- toe voor investeringen en veroordeelt appellante tot betaling van €8.806,- met rente.