ECLI:NL:GHSHE:2012:BW0259
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Th.A. Pouw
- L.Th.L.G. Pellis
- J.H.Th. Veldman
- Rechtspraak.nl
Toelating wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks ontbreken buitengerechtelijke regeling
Appellanten hebben bij de rechtbank verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een aanzienlijke schuldenlast, waaronder een grote schuld aan de DSB Bank. De rechtbank verklaarde hen niet-ontvankelijk omdat zij geen buitengerechtelijke schuldregeling hadden aangeboden, een vereiste volgens artikel 285 lid 1 en Pro artikel 288 lid 2 Fw Pro.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij ontvankelijk zijn omdat het ontbreken van een buitengerechtelijke regeling gerechtvaardigd is wanneer duidelijk is dat een akkoord met schuldeisers niet mogelijk is, zoals hier met de grootste schuldeiser. Het hof oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring moet worden gezien als een afwijzing waartegen hoger beroep openstaat en verklaarde appellanten ontvankelijk.
Het hof stelde vast dat appellanten voldoende aannemelijk hebben gemaakt te goeder trouw te zijn geweest bij het ontstaan en het onbetaald laten van hun schulden. De financiële situatie was uitzichtloos en een minnelijke regeling was niet haalbaar. Daarom werd het vonnis van de rechtbank vernietigd en werd de schuldsaneringsregeling alsnog toegewezen.
Het hof bepaalde dat de griffier van het hof onverwijld de griffier van de rechtbank Maastricht informeert over de uitspraak voor de benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Deze uitspraak bevestigt dat het ontbreken van een buitengerechtelijke regeling niet automatisch tot niet-ontvankelijkheid leidt indien aannemelijk is dat een dergelijke regeling niet mogelijk is.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toe.