ECLI:NL:GHSHE:2012:6519

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
15 maart 2012
Publicatiedatum
13 augustus 2013
Zaaknummer
166-06-2012
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
  • Brandenburg
  • Huige
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:18 lid 4 AwbArt. 6 EVRM
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters belastingkamer en niet-ontvankelijkheid vervolgverzoeken

Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de leden Van Nispen tot Sevenaer, Van der Vegt en Meijer van de tweede meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, stellende dat deze rechters partijdig zouden zijn vanwege kennis van dossiers en vermeende samenspanning met de belastingdienst.

De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld tijdens een openbare zitting op 15 maart 2012, waarbij de rechters aanwezig waren en het verzoek niet steunden. De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek slechts betrekking kan hebben op rechters die de zaak behandelen, waardoor het verzoek voor zover gericht tegen andere leden niet-ontvankelijk werd verklaard.

De kamer stelde vast dat de aangevoerde gronden geen feiten of omstandigheden bevatten die wijzen op een schending van de rechterlijke onpartijdigheid. De vermoedelijke vooringenomenheid werd niet aannemelijk gemaakt en de vrees voor partijdigheid was niet objectief gerechtvaardigd.

Verder concludeerde de wrakingskamer dat verzoekster haar bevoegdheid tot het indienen van wrakingsverzoeken misbruikt, en bepaalde dat verdere wrakingsverzoeken in deze zaken niet in behandeling worden genomen. De beslissing werd onverwijld aan verzoekster en de betrokken rechters medegedeeld.

Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen en verdere wrakingsverzoeken in deze zaken niet in behandeling genomen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
meervoudige kamer voor de behandeling van een wrakingsverzoek
Registratienummer: wraking 166-06-2012
Datum uitspraak: 15 maart 2012

BESLISSING

op het mondelinge verzoek als bedoeld in artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in de bij de Sector belastingrecht van dit hof aanhangige zaken met de nummers BK 11/00601, BK 11/00602, BK 11/00605, BK 11/00606, BK 11/00608, BK 11/00610, BK 11/00611 en BK 11/00612 van:

[verzoekster],

hierna te noemen: “verzoekster”.
Het verzoek strekt tot wraking van de mrs. Van Nispen tot Sevenaer, Van der Vegt en Meijer, die de hierboven genoemde zaken van verzoekster behandelen.
Het procesverloop
Het wrakingsverzoek is gedaan namens verzoekster ter zitting van de tweede meervoudige belastingkamer van het hof van 15 maart 2012. Van die zitting is een proces-verbaal opgemaakt.
De wrakingskamer heeft het wrakingsverzoek ter openbare zitting van 15 maart 2012 behandeld, alwaar als gemachtigde van verzoekster is verschenen en gehoord [gemachtigde].
Bij die gelegenheid heeft [gemachtigde] voornoemd het wrakingsverzoek nader toegelicht.
De wrakingskamer heeft de mrs. Van Nispen tot Sevenaer, Van der Vegt en Meijer, ter zitting aanwezig, in de gelegenheid gesteld het woord te voeren. Daarbij hebben zij verklaard niet in de wraking te berusten.
Na de mondelinge behandeling heeft de voorzitter het onderzoek gesloten en aanstonds deze uitspraak gedaan.
Het standpunt van verzoekster
Het verzoek tot wraking komt er in de kern op neer dat verzoekster van oordeel is dat de omstandigheid dat de rechters die de zaken van verzoekster behandelen kennis hebben van de dossiers, alle schijn van partijdigheid heeft. Voorts is zij van oordeel dat alle rechters van het hof, gelet op gebeurtenissen in het verleden, bevooroordeeld zijn en niet bevoegd zijn over haar zaken te oordelen. Ten slotte is zij van oordeel dat er sprake is van een samenspel tussen de rechters en de belastingdienst met als doel beslag te leggen op goederen van verzoekster en deze te verkopen.
Het standpunt van de belastingkamer
De leden van de tweede meervoudige belastingkamer hebben mondeling te kennen gegeven dat zij niet berusten in het wrakingsverzoek en dat zij geen gebruik willen maken van de gelegenheid om op het verzoek te reageren.
De beoordeling
1.
Ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, door een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voornoemd artikel 8:15 blijkt Pro dat een wrakingsverzoek slechts de rechters kan betreffen die de zaak van de betrokken partij behandelen. Dit brengt mee dat het wrakingsverzoek, voor zover het betrekking heeft op de leden van het hof die niet met de behandeling van de zaken zijn belast, niet-ontvankelijk is (zie onder meer Hoge Raad 8 augustus 2003, nr 38.623, LJN: AI0806).
2.
Voor zover het wrakingsverzoek betrekking heeft op de raadsheren mrs. Van Nispen tot Sevenaer, Van der Vegt en Meijer dient het te worden afgewezen. Blijkens artikel 8:15 van Pro de Awb kan een rechter slechts worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6, eerste lid, van het EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
4.
Als grond voor het wrakingsverzoek voert verzoekster aan dat de genoemde raadsheren blijk hebben gegeven van vooringenomenheid dan wel de schijn van vooringenomenheid hebben gewekt, omdat zij kennis hebben genomen van de dossiers en, gelet op gebeurtenissen in het verleden, niet bevoegd zijn over haar zaken te oordelen. Gesteld wordt voorts dat de raadsheren – kort gezegd – samenspannen met de belastingdienst teneinde verzoekster te benadelen.
Deze gronden behelzen, wat overigens daarvan zij, echter geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de bovengenoemde raadsheren schade zou kunnen lijden. Uit de namens verzoekster ter zitting gegeven toelichting leidt de wrakingskamer af dat zij niet bedoeld heeft enige andere grond aan haar wrakingsverzoek ten grondslag te leggen.
5.
De wrakingskamer is van oordeel dat in het onderhavige geval uit hetgeen verzoekster ter zitting naar voren heeft gebracht op geen enkele manier kan worden afgeleid dat de mrs. Van Nispen tot Sevenaer, Van der Vegt en Meijer jegens verzoekster een vooringenomenheid koesteren, noch dat de door verzoekster daarop gebaseerde vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is.
Het verzoek wordt dan ook, voor zover ontvankelijk, ongegrond verklaard.
6.
De wrakingskamer is voorts van oordeel dat de belastingplichtige de bevoegdheid om wrakingsverzoeken in te dienen misbruikt. Een volgend wrakingsverzoek in deze zaken zal daarom niet in behandeling worden genomen (vergelijk Hoge Raad 12 februari 2010, nr. 07.11077, LJN: BL3579). De wrakingskamer zal daarom op de voet van artikel 8:18, lid 4, van de Awb bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster in de onderhavige zaken niet in behandeling wordt genomen.

B E S L I S S I N G :

De wrakingskamer:
verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk, voor zover het betrekking heeft op de leden van het hof die niet zijn belast met de behandeling van de hoger beroepszaken van verzoekster,
wijst het verzoek tot wraking voor het overige af;
bepaalt dat verdere verzoeken om wraking in de onderhavige zaken niet in behandeling worden genomen;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster en aan de mrs. Van Nispen tot Sevenaer, Van der Vegt en Meijer.
Aldus gedaan door mrs. Brandenburg, voorzitter, Huige en Van Dijk, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. Kock, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2012.