ECLI:NL:GHSHE:2011:BV1304
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Venhuizen
- Van Laarhoven
- Van Craaikamp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken rechtsgeldige ingebrekestelling bij opeising consumentenkrediet
In deze civiele zaak vordert appellante betaling van een openstaand saldo uit een consumentenkrediet dat zij had overgenomen van Wehkamp Finance B.V. Geïntimeerde was volgens appellante sinds 26 juli 2008 in gebreke gebleven met betalingen, waarna het volledige saldo ineens opeisbaar werd gesteld. De rechtbank wees de vordering af omdat onvoldoende was gesteld dat aan de wettelijke voorwaarden van de Wet op het consumentenkrediet (WCK) was voldaan.
In hoger beroep stelt appellante dat de brief van 28 april 2009 van Wehkamp aan geïntimeerde als ingebrekestelling moet worden aangemerkt. Het hof oordeelt dat deze brief niet voldoet aan de eisen van een rechtsgeldige ingebrekestelling, omdat daarin geen redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld en geen expliciete waarschuwing dat betaling binnen die termijn verzuim en opeising voorkomt.
Het hof benadrukt dat op grond van artikel 33 WCK Pro het uitstaande saldo alleen rechtsgeldig kan worden opgeëist indien de schuldenaar ten minste twee maanden achterstallig is en na ingebrekestelling nalatig blijft. Omdat appellante geen andere stukken heeft overgelegd die een geldige ingebrekestelling aantonen en geen aanvullend bewijs heeft aangeboden, faalt haar vordering. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een rechtsgeldige ingebrekestelling voorafgaand aan de opeising.